Toch geen hartaanval
Chiel Jaspers schrijft over zijn gevoelens als hij zijn roman Zandgat voor het eerst in zijn handen houdt...
Na vijf minuten stil te hebben gestaan in de koude hal van mijn huis met het eerste exemplaar van Zandgat in mijn handen, moest ik concluderen: toch geen hartaanval gekregen. De cover - zwart-wit foto, met bordeauxrood vlak eroverheen, streel ik voorzichtig. Ja, het ziet er goed uit. Bladeren. Stukjes lezen. Paginanummering bekijken... er toch geen katern tijdens het drukproces uitgevallen, je weet maar nooit... Bizar, na al die tijd: ik vond gisteren mijn aantekenboekje uit de periode dat ik research verrichtte, daartoe het Rode Kruis-kamp bij Sangatte bezocht en er vluchtelingen interviewde. Krabbels. Quotes. Indrukken die ik opschreef terwijl ik in die ijskoude hal een rustig plekje probeerde te vinden om dit on-westerse tafereel tot me door te kunnen laten dringen. Na een paar dagen reisde ik terug naar Nederland met de trein en vroeg me bijna wanhopig af hoe ik deze indrukken en informatie goed zou kunnen verwerken in het manuscript. En met 'goed' bedoel ik: zodanig dat ik recht zou doen aan de mensen in het kamp en tegelijkertijd leesbare tekst voor publiek. En dan liggen nu het aantekenboekje en de uiteindelijke roman naast elkaar op mijn werktafel en is het aan u, lezer.
© 2010 Chiel Jaspers

