FEUILLETON. De koffietafel, deel 2 (laatste deel!). Door Dirk Biddeloo.
Lees nu het verhaal van Dirk Biddeloo (auteur van De muziekdoos): ‘De koffietafel’, deel 2 (laatste deel!)…
De koffietafel
Deel 2
'Voor de mensen die op de koffiemaaltijd uitgenodigd zijn: zaal “De Vrede” bevindt zich om de hoek van de kerk, eerste straat links. De Dokter Tristaertstraat.'
Jef blijft achter, geen mens bekommert zich nog om hem. Zelfs de naaste familieleden worden bereid gevonden om hun tranen af en toe door een lach te laten vergezellen; een weemoedige, maar toch ook enigszins vrolijke lach, verankerd in de goede en de kwade dagen van het leven, dat nu voor Jef een eeuwige betekenis gekregen heeft.
Zijn graf.
'Hij heeft het zelf gezocht, zijn leven was hem waarschijnlijk niets meer waard.'
In levende lijve zou Jef brandhout maken van die veronderstelling en de gelegenheid aangrijpen om zijn grieven te uiten. Want Jef heeft de plaats van zijn graf en de vorm van zijn zerk zelf niet mogen uitkiezen. Anderen hebben dat gedaan en hem er goedschiks of kwaadschiks naartoe gedragen.
En eerlijk gezegd zou Jef helemaal niet tevreden zijn met het voor iedereen uitgestalde resultaat. Een zerk die een nietszeggende houding aanneemt en de kleur heeft van grijsblauwe tegels in de hal van een burgerwoning. Dan een foto waarop hij met een brede lach en slechts met een gedeelte van zijn favoriete das staat afgebeeld. Vervolgens de tekst: 'Hier rust Jef Hoste in de vrede van de Heer.'
Wie beweerde dat? Over welke heer gaat het en hoe ziet die vrede eruit? Misschien stelt die zogenaamde vrede helemaal niets voor en is verveling troef. Een eeuwigdurend, doodsaai nietsdoen in het gedwongen gezelschap van halfslachtige engelen die elke vorm van plezier en vermaak met hun witte veren overvleugelen.
'Verdorie, nu begin ik echt honger te krijgen. En Albert? Waar is Albert? Hebben jullie Albert gezien? Ik heb hem niet gezien, Albert.'
'Hij zal wat achterop geraakt zijn.'
De regen drijft zijn tempo op, heeft het nu gemunt op de voor Jef bestemde kransen, die met kleurige, van eerbetuigingen doorspekte linten zijn voorzien. Voorlopig houden ze nog stand, maar als de weergoden zo voortdoen, zullen de bloemen vlug verslensen.
'De Vrede.'
Eindelijk. De toiletten worden druk bezocht, terwijl een ander deel van de bevolking een plaats opzoekt aan een van de vele tafels die in de zaal staan opgesteld.
Geduldig wachtend om vermalen te worden: broodjes en allerhande koffiekoeken, verdeeld over op regelmatige afstand van elkaar geplaatste schalen. Toespijs, die er weldra zal tussen genomen worden door broodjes, is ook al tentoongesteld: kaas, ham, gerookt vlees, américain préparé.
Geknars van stoelpoten die verschoven worden. Een algemeen verspreid geroezemoes. De plaatsen worden ingenomen, sommigen bekijken het doodsprentje nog eens, nu meer aandacht bestedend aan de woorden van Jef, hem door iemand anders in de mond gelegd.
'Heb geen verdriet en herinner me zoals ik in het leven altijd trachtte te zijn: eerlijk, gul en menslievend. Gedenk mij in uw gebeden en laat mij verder leven in uw gedachten. Vaarwel. Jef.'
Een genant moment. Wie zal er als eerste de hand reiken aan een broodje? Maar een luide stem – het is die van een kerkdienaar - eist de aandacht op.
'Vrienden en familieleden, dan zullen we nu even een woord van dank richten aan de Heer, alvorens de maaltijd aan te vatten.'
'Heer, zegen deze spijzen die uw milde hand ons geeft door Christus onze Heer… Amen.'
'Amen,' beamen de aanwezigen eendrachtig. Dan gaat de maaltijd officieel van start.
Maar indien dit mogelijk was, zou Jef – in de kille diepte van zijn kuil - met een verontwaardigde grafstem de gasten toespreken.
'Er is hier niemand die met milde hand iets gegeven heeft! Ons Carlien heeft alles uit haar eigen zak kunnen betalen. Eigenlijk met MIJN geld.. Geld dat ik zuur verdiend heb.'
In het dagelijks leven verhandelde Jef speelautomaten, dansorgels, grammofoonplaten, cd’s, allerhande games, video’s en dvd’s.
Zijn handeltje bracht goed op, temeer daar Jef soms afdwaalde van het rechte pad en wegens diefstal, oplichting, vervalsing en zwendel al eens in de gevangenis verdween. Maar na elke duik kwam hij weer boven water en stortte hij zich op een nieuw, alweer lucratief project.
Zo betoonde Jef - veelzijdig en leergierig als hij was - op een gegeven moment een grote belangstelling voor de medische sector en meer bepaald voor het winstgevend beroep van vrouwenarts.
Een tijdlang ging alles goed, tot de knappe nepdokter per toeval ontmaskerd werd, zijn praktijk kon sluiten en alweer – tot grote spijt van sommige vrouwen - veroordeeld werd.
'Ik vind de koffiekoeken nogal aan de zoete kant.'
'Wie weet hoelang die préparé hier al staat. Kunt ge serieus ziek van worden. Ons Jeanne is er ook ziek van geweest.'
'En hoe is ’t met de Leo? Werkt hij nog altijd bij Telecom?'
'Nog wat koffie, Willy?'
'Ha ja, da’s zeker. Ik heb Jef nog gezien op de begrafenis van Gust, zes maanden geleden. Ik vond dat hij er toen heel goed uit zag.'
'Ja maar Gabriëlle, hij heeft zelf…'
'We zullen het nooit niet weten.'
'Dat vind ik ook. De koffie is wat aan de straffe kant.'
'De garçon komt vragen of er iemand is die soms iets anders wil drinken. Er is bier en limonade en cola.'
'Een pintje ja, voor mij ook.'
'Maria wil in “De Trappisten” met den hoop nog iets gaan drinken. Gaan jullie mee?'
Een uurtje later gaat het er in afspanning “De Trappisten” luidruchtig en vrolijk aan toe. Oude anekdotes worden opgehaald, met bier overgoten en oom Wim vergast de familieleden op een reeks aangebrande mopjes die zeer in de smaak vallen.
Het wordt een onvergetelijke namiddag. Dankzij de grote Jef, de weliswaar afwezige animator, maar die tijd noch moeite gespaard heeft om het samenzijn om te toveren tot een grandioos evenement, dat nog lang nazinderen zal.
Keek Jef vanuit de hemel glimlachend toe? Zou hij zijn vrienden en verwanten vroeg of laat terugzien?
Indien er in de hemel rijstpap met gouden lepeltjes gegeten wordt, heeft Jef pech.
Want hij haat rijst.
