Winterverhalen...

« Terug

Op 18 december, nog net vóór de kerst, droegen Marja Pinckaers, Jacques Graus, Harrie Sevriens en Henk van der Vorst winterverhalen (en -gedichten) voor in Centre Céramique, Maastricht.

Klik door voor een foto-impressie en een quote uit de voordracht van elke Lemmens-auteur...

Harrie Sevriens:

"Kerstgedachte


...


Kling kassa



Klingelingeling



Kling kassa kling"

 

 Henk van der Vorst:

"De huidige voorwintertijd van 18 december, waarin we ons thans bevinden, heette vroeger de Advent. Het was de tijd dat we in afwachting waren van de geboorte van Jezus in een stal.
Nostalgisch kweelden we in kerstliederen:
'Het was er zo koud. De sneeuw en rijp lagen op de daken. Het is daar waar Heer Jezus geboren werd. Er sloten vensters noch deuren.'
Gedachten van de tijd van het Heilige Roomse Rijk van de vorige eeuw, vlak voordat de secularisatie of de verwereldlijking van de Limburgse samenleving tot stand kwam, onder andere door de sluiting van de Staatsmijnen in Geleen, Heerlen en Kerkrade.
Nu , anno 2011, drinken we Gluhwein op de Kerstmarkt en dineren we bij de verwarming of open haard uitgebreid op 25 december, bij veel kerstballen en een kerstboom..."

Marja Pinckaers:

"Zoals ze daar zat op het ronde tafeltje aan het voeteneinde van het ouderlijk bed. In een roze nachtjapon, de benen opgetrokken tot onder de neus, haar armen eromheen. Een weekendje thuis. Het leek zo vertrouwd. Toch was dit de laatste keer. Nooit meer zou ze er zo bijzitten. Dat wist ze zeker. Het lits-jumeaux van glimmend mahonie had alle glans verloren. Het zelfde hout was gebruikt voor de klerenkast en de kaptafel met de uitklapbare spiegels, waartussen ze als kind zo vaak balletvoorstellingen voor zichzelf had gegeven. Als meubels spreken konden."

 

Jacques Graus:

"Daar de kou nooit echt uit mijn vingertoppen verdween, begon ik me af te vragen of ook ik al bezig was heel langzaam te sterven. En groeide er een wezensvraag in mij over hoe een mens ter wereld komt: als levend wezen dat steeds levendiger wordt, of als een wezen dat eigenlijk vanaf het moment dat hij het levenslicht ziet, al begint met sterven, zoals een batterij die langzaam leegloopt.
‘Begint bij je geboorte je leven of je dood?’ durfde ik eens plompverloren te vragen aan de kapelaan tijdens de godsdienstles..."

 

Er zijn nog geen reacties Bij “Winterverhalen...” »

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?