16 vragen aan... Sandrine Lambert. 'lk vind het fijn om ongeloofwaardige elementen geloofwaardig te maken.'
We interviewden Sandrine Lambert, auteur van ‘Wildgroen’:
‘Wildgroen’
Loe kwam ondanks haar ongewone jeugd nooit iets fundamenteels tekort. Altijd was haar vader er om ontbrekende puzzelstukjes te zoeken en brokken te lijmen. Wanneer haar vader ziek wordt, moet Loe haar leven in eigen handen nemen. Het schuldgevoel dat ze tegenover hem heeft, verdeelt haar bijna letterlijk in twee. Dan verschijnt het meisje Malon ten tonele, samen met een groene zeejongen …
Steeds terugkerende elementen in het verhaal zijn eenzaamheid, oningevuld verlangen en de mogelijkheid om je fantasie te gebruiken om de werkelijkheid naar je hand te zetten.
Sandrine Lambert (1974) woont in Leuven. Ze debuteerde in 2003 met Versjes op mijn buik. Daarna schreef en illustreerde ze nog vijftien andere kinderboeken. In 2006 overleed haar moeder, na een lange strijd, aan de ziekte van Kahler. Het schrijven van een roman werd toen een noodzaak.

Sandrine Lambert (‘Wildgroen’)
"lk vind het fijn om ongeloofwaardige elementen geloofwaardig te maken."
1. Hoeveel boeken staan er al op je naam? Welke?
Zeventien: 'Versjes op mijn buik', 'Een bed vol spoken', 'Versjes en rijmpjes voor het poëziealbum', 'Mooie en originele wensen voor elke gelegenheid', 'Ju, ju, paardje - De leukste speelversjes en knierijmpjes', 'Ferre, ferre, mon petit cheval - Comptines amusantes et poésies câlines’ (eigen vertaling), 'Kleine Huppel wil niet opruimen', 'Kleine Huppel in de supermarkt', 'Kleine Huppel wil niet delen', 'Kleine Huppel aan zee', 'Kleine Huppel is jarig', '2 minuutjes voor het slapengaan', 'Nog één verhaaltje... en dan naar bed', 'Mechelse Maatjes, een boek vol praatjes en plaatjes', illustraties; tekst door Tine Mortier, 'Kleine Huppel krijgt een broertje', 'Drakentaart!' en ‘Wildgroen’.
Een heel aantal boeken maakte ik in opdracht, het is niet allemaal vrij werk.
2. Schrijf of teken je meer? Wat doe je liever?
Ik ben meer en meer aan het schrijven. Als ik moet kiezen, kies ik voor schrijven. Maar tekenen ontspant me meer, ik vind tekenen ook echt prettig. Alleen neemt het tijd in beslag om zich in iets te bekwamen. Ik wil nog veel groeien als schrijver, daar gaat het grootste deel van mijn tijd nu ook naartoe. Dat wil niet zeggen dat ik ooit stop met tekenen – ontspanning is belangrijk.
3. 'Wildgroen' is een fantasierijk boek; anders dan veel mensen gewend zijn. Hoe komt dat? Heb je bewust een alternatief verhaal en een afwijkende setting bedacht, of ging dat vanzelf? Droom je vaak? Overdag of 's avonds? Waarover droom je dan?
Daar ben ik niet zo bewust mee omgegaan, het is het soort beelden waar ik zelf van hou. Voor mij schept het duidelijkheid om gedachten aan beelden op te hangen, en er een wereld mee scheppen vind ik boeiend. Ik droom graag, daarom maak ik graag lange busritten. Als ik in de bus iets doe word ik meteen ziek. Dus kan ik alleen maar dromen en mensen observeren, dat is zalig.
4. Veel schrijvers hebben de neiging de lezer bij de hand te houden. Ik heb het idee dat jij het juist leuk vindt de lezer in het diepe te gooien. Klopt dat?
Als ik schrijf maak ik de dingen bewust explicieter dan ik spontaan zou doen. Zelf heb ik niet zo de behoefte om alles te weten. Als ik een goed geschreven boek lees, geniet ik van iedere zin, soms ontgaat het verhaal me daardoor. Een boek schrijven verloopt natuurlijk in meerdere stappen. In een eerste versie hou ik heel weinig rekening met de lezer, dan schrijf ik voor mezelf, helemaal zoals ik het mooi vind. In de versies die volgen probeer ik het manuscript meer en meer als lezer te benaderen. Dan moeten er compromissen gezocht worden. Wat blijft er in omdat het eigen is aan wat ik doe? Wat moet er uit omwille van de duidelijkheid?
5. Wat hoop je te bereiken met ‘Wildgroen’?
Ik zie dit boek als een debuut. Het heeft de sfeer waarin ik wil werken, maar ik kan er veel meer mee doen dan dit. Natuurlijk hoop ik vooral dat veel mensen van mijn boek genieten, en dat ze nieuwsgierig worden naar wat nog komt.
6. Heb je veel reacties van lezers gehad? Welke reactie staat je het meest bij?
Ik kreeg heel wat reacties, die waren gelukkig vooral positief. Nu zie ik er ook niet echt uit als iemand waarover je tonnen kritiek kan storten, en dat is ook niet zo. Ik sta open voor iedere vorm van feedback en ben me ervan bewust dat die ook nodig is, maar toegegeven: ik ben er heel gevoelig voor, het is niet zo dat ik mijn schouders ophaal als iemand een scherpe opmerking maakt. Uiteraard zullen er ook lezers zijn die mijn boek maar niks vinden. Maar zoals ik al zei: ik heb niet de behoefte om alles te weten, althans, niet zo expliciet.
7. Je schreef 'Wildgroen' na de dood van je moeder. De ouder-kind relatie staat centraal in dit boek. In welke mate symboliseert die relatie jouw eigen herinneringen en emoties?
In de laatste jaren dat mama leefde, was ik vaak op zoek naar een evenwicht tussen haar en mijn gezin. Zij woonde alleen, heeft in haar eentje vier kinderen opgevoed en daar al de rest voor gelaten. Natuurlijk wilden wij haar ook graag verzorgen toen ze ziek werd, maar omdat we allemaal kleine kinderen hadden was dat niet altijd gemakkelijk. Het zoeken naar dat evenwicht zit heel sterk in het boek. Hoe Loe niet voor honderd procent voor haar vader durft te kiezen terwijl zij voor haar vader altijd de enige prioriteit was.
Het verhaal is volledig fictief, maar de gevoelens, de manier van redeneren, bedenkingen van de personages, dat is geen fictie. Het zijn dingen die ik voelde, bedenkingen die ik maakte, maar waarvan ik denk dat ze ook voor anderen herkenbaar zijn.
8. Hoelang heb je over het schrijven van het boek gedaan? Wanneer ben je begonnen?
Ik heb dit boek in relatief weinig tijd geschreven. In ongeveer een half jaar tijd was ik klaar met de eerste versie, daarna heb ik het nog eens een half jaar herwerkt, maar na een jaar was het boek al klaar. Dat is ontzettend snel, vind ik nu. Na het overlijden van mama was ik bang dat ik in een zwart gat zou vallen. Daarom nam ik me heel concreet voor om de tijd die ik eerder gebruikte om naar het ziekenhuis te gaan, te gebruiken voor het schrijven van een roman. Dat maakte dat ik dagelijks tijd kon vrijmaken voor het schrijven aan ‘Wildgroen’.
Ik had een ruw scenario uitgeschetst, maar naarmate de personages meer en meer tot leven komen, merk je dat je toch regelmatig van dat scenario moet afwijken.
9. Hoofdpersonage Loe zoekt in je roman steeds weer de zee(jongen) op. Wat heb je zelf met de zee en zeefiguren?
Eigenlijk hou ik niet van de zee. Ik word onrustig als ik daar ben, misschien komt dat door de wind. Maar ik vind het leven onder water wel fascinerend, al ga ik liever naar het Aquarium van Brussel dan naar de zee.
10. De sfeer in ‘Wildgroen’ kan feeëriek genoemd worden. Heb je je laten inspireren door mythes of sprookjes?
De sprookjesachtige elementen komen voort uit een reeks kortverhalen die ik jaren geleden schreef. Eigenlijk zijn die bepalend geweest voor wat het boek uiteindelijk geworden is. In de periode dat ik die verhalen schreef vond ik het heel leuk om totaal ongeloofwaardige elementen geloofwaardig te maken. Dat is iets dat ik nog altijd fijn vind.
11. In hoeverre stond je tijdens het schrijfproces open voor kritiek? Las er iemand mee?
Tijdens het schrijfproces liet ik één vriendin af en toe een stukje lezen, maar alleen als ik dacht dat ze het een leuk stukje zou vinden. Bevestiging is fijn tijdens het schrijven, maar met kritiek kan ik op dat moment nog niet veel. Toen het klaar was heb ik het manuscript aan enkele mensen gestuurd waarvan ik ook wist dat ze constructief zijn in hun feedback. Ik heb het ook professioneel laten beoordelen en vond dit erg nuttig, maar ik heb niet naar alles geluisterd. Van enkele werkpunten dacht ik: dat kan wel zijn, maar dit is echt eigen aan mijn werk. Dat moet ook kunnen, vind ik, advies is goed, maar je wil je eigenheid niet verliezen.
Ik merkte dat ik het bij dit boek spannender vond om bekenden mee te laten lezen dan bij mijn kinderboeken. Je gedachten bloot leggen is niet gemakkelijk, maar het is toch het eerste waar een schrijver zich overheen moet zetten.
12. Wat doe je liever: schrijven voor volwassenen of kinderen?
Ik denk dat een mens evolueert, je dromen herleg je om de zoveel tijd. Kinderboeken schrijven was tien jaar geleden mijn grote droom, stilaan is dat gaan verschuiven en wou ik ook voor volwassenen schrijven. Nu ligt mijn ambitie daar eerder. Wat niet wil zeggen dat ik niet meer graag voor kinderen schrijf, ook dat blijft een boeiende wereld. Mijn ervaring als jeugdauteur neem ik graag mee, dat is alleen maar een meerwaarde, het past gewoon bij wat ik doe. En toch, ook dat zal blijven evolueren.
Mijn tweede volwassen roman is al nagenoeg af. Toch blijf ik er aan schaven, in feite kan het altijd scherper, het is fijn om er in een ongedwongen sfeer nog wat aan te sleutelen. Ik schreef ook een scenario voor een derde. Dat is nog heel pril, maar ik heb weer zin in een nieuw verhaal.
13. 'Wildgroen' is zonder tekeningen gepubliceerd. Je hebt na de verschijning van de roman 'Wildgroen'-tekeningen gemaakt en een expositie georganiseerd. Waarom deed je dat?
De beelden blijven suggestief. Ik wou de beelden graag tonen omdat ik ze gemaakt had, en ik vond ze te mooi om in de kast te laten liggen. Tekenen deed ik vooral voor mezelf, ik heb er ook nog weinig verdere ambities mee, maar als ik er tevreden over ben, toon ik het wel graag.
14. Je geeft schrijfcursussen. Heb je met je leerlingen jouw boek besproken?
Natuurlijk liet ik aan iedereen weten dat het boek er is, maar ik heb het niet echt besproken. Het is ook zeker geen voorbeeld. Tijdens de cursussen probeer ik om mijn ervaringen te delen, maar niet mijn werk. Daar gaat het om hún werk.
15. Wat vind jij de belangrijkste les voor schrijvers in spé?
Ik probeer zo constructief mogelijk te zijn, het beste uit hun werk te halen en daar ook genoeg op te wijzen. Werkpunten geef ik beetje bij beetje mee. Ik denk gewoon dat een schrijver niets kan met een karrenvracht aan kritiek. Groeien vraagt tijd.
16. Wat is jouw droom voor de toekomst?
Ik doe al een tijdje wat ik altijd heb willen doen, maar het blijft altijd moeilijk om in een landje als België en met het kleine taalgebied van het Nederlands het hoofd boven water te houden. Ik droom dus van betere omstandigheden voor schrijvers en voor kunstenaars in het algemeen. Al die kopzorgen om praktische zaken bevorderen de creativiteit niet. Het zou fijn zijn om op een ernstige manier verder te werken en ook ernstig genomen te worden.
Door: Mirthe Smeets

Ja, waarschijnlijk dus het is