19 vragen aan... Henk van der Vorst

« Terug

We interviewden veelschrijver Henk van der Vorst, filosoof en theoloog (specialiteit: archaïsche religies). In september 2011 verschijnt zijn nieuwste werk (een spannend verhaal vol boeiende filosofische vraagstukken): 'Het geheim van de pater'.

Henk van der Vorst: '“To be or not to be” van Shakespeare is de sleutel tot alle leven.'

(© foto gemaakt door Dion van der Vorst)

1. De roman die binnenkort verschijnt ('Het geheim van de pater')  is niet je eerste roman. Welke romans schreef je eerder al?

1. Angst in Tétouan

De uitgever betitelde dit boek destijds als een psychologische thriller waarbij de hoofdpersoon deel uit maakt van een onderzoeksteam dat in Marokko de situatie van uit Nederland geremigreerde kinderen van Marokkaanse ouders bekijkt. Allerlei avontuurlijke belevenissen in het Rifgebied passeren de revue.

2. Levende doden

Charles Lecontes belandt in de nadagen van een neokolonialistisch Ghana te midden van ontwikkelingswerkers en nationalistisch gezinde verzetstrijders... Deze roman voert de lezer binnen in de onthutsende en vitale leefwereld van Ghana tegen de achtergrond van Afrikaanse rituelen en gebruiken.

3. Surinaamse Eva

Op zoek naar haar wortels en verstrikt in tegenstrijdige motieven stort Eva zich in een fatale onderneming. Zij gaat haar strijd aan met de Surinaamse Legerleider. Verblind door een giftige samenstelling van hartstocht en berekening loopt zij zelf in het mes.

4. Vreemd bloed, vreemde zonden

In deze op historische feiten gebaseerde roman wordt : “De kroniek van de Engelen” verteld. Elk lid van deze gedoemde familie geeft zijn of haar relaas van de tragische gebeurtenissen, die plaatsvonden in de versluierde wereld van Midden-Limburg, begin twintigste eeuw.

5.  Spaanse furie

Vlak voor hij met pensioen gaat, moet commissaris ‘de Bisschop’ nog een laatste klus afwerken. Met zijn assistente voert zijn zoektocht hem van Nederland naar Lyon en Madrid, waar zij beiden in de strikken van de Orde van de Tempeliers en aanhangers van Opus Dei verstrikt raken.

6.  Erica en Elise 

Deze “Kroniek van een gestolen vrouwenleven” volgt de bewogen levens van een moeder en een dochter, die door een wreed noodlot bij de geboorte van de dochter van elkaar werden gescheiden. Zal een levenslange zoektocht ze toch nog één keer bij elkaar brengen?

7.  De zestigplusser, de jongedame en de Moor

Drie mensen (Charles, gepensioneerd, Cynthia, medewerker bij de Groen Socialen en Saïd, een modelallochtoon), drie levens en drie verhalen. Of is het toch één verhaal? Het toeval speelt geen rol in deze kroniek van een voorbijgaande relatie.

2. Waar gaat je nieuwste roman over?

De discussiepunten ‘seksueel misbruik van clerici’ en ‘het celibaat binnen de rooms-katholieke Kerk’ zijn mijn aanleiding voor het schrijven van deze roman.

Jan en zijn vriend Kees, studeren aan een seminarie. Beiden  vinden de celibaatsverplichting, die het priesterambt impliceert, maar niets. Sabrina en Carla worstelen met hun identiteit en hun relatie met Carel, een docent van Kees en Jan. Na een jarenlang verblijf in Ghana, waar Sabrina een dramatische relatie heeft met Kofi, keren beide vrouwen terug naar hun thuisland. Hier ontmoeten zij Jan en Kees.

3. Je schreef al zoveel romans dat je kunt spreken van een oeuvre. Welk thema is in al je werken terug te vinden?

Internationale solidariteit en betrokkenheid bij Afrikaanse volken.

Het milieu waar ik uit stam: een mijnwerkersgezin tegen wil en dank

De kracht van vrouwen: overlevers in alle omstandigheden. Het sterke geslacht!

4. In 'Het geheim van de pater' betekent studeren 'vrij zijn'. Heb je zelf je studententijd ook op die manier ervaren? 

Mijn studie, zowel aan het seminarie en later aan de universiteit, heeft letterlijk mijn leven opengebroken. Voor mij persoonlijk betekende het dat ik, hoe pijnlijk ook, aan de doem van een arbeidersmilieu kon ontsnappen. De wereld ging voor mij open en van mijn oom, een missionaris in Ghana, erfde ik de liefde voor dit land.

De huidige generatie arbeiderskinderen gun ik ook zo’n bevrijdend perspectief. Daarom ben ik ook falikant tegen bezuinigingen op het onderwijs, die de regering van plan is door te voeren.

5. De universiteit is in je boek een bolwerk van linkse idealisten en hippies. Was jij er vroeger ook een? 

Ik heb aan alle uiterlijke kenmerken van de hippietijd voldaan: lange haren, sjofele kleding, etc., etc. Innerlijk beleefde ik echter alles anders vanuit mijn internationale solidariteit met onderdrukte volkeren. Ik voelde me à la Che Quevara een ‘revolutionair’. In de jaren zeventig had ik nog steeds last van dit imago. Aan de Duitse grens was ik telkens de klos. Douaniers hielden mij steevast voor een lid van de Baader- Meinhofgroep.

6. Hoe is het nu, zoveel jaren later, met je hippie-denkbeelden gesteld?

De lange haren ben ik inmiddels kwijt doordat, volgens een Limburgs spreekwoord, op hersenen geen haar wil groeien. Dit is een schamele troost. Ik ben nog steeds jaloers op mannen met een ruige bos op hun kop. Mijn ideeën over internationale solidariteit heb ik als ‘rustige’burger en docent gekanaliseerd  en vorm proberen te geven in mijn werk met asielzoekenden en immigranten. Ik ben namelijk enige tijd werkzaam geweest bij de Stichting ‘Instituut voor Ontwikkelingssamenwerking’

7. Je werkte verder jarenlang als docent filosofie. Inmiddels ben je gepensioneerd. Wat voor docent was jij? En ben jij hierdoor een docerend auteur?

Uitgangspunt waren voor mij als docent: geen persoonlijke hobby’s en ideeën op studenten loslaten, en: “Henk, je geeft een vak aan een beroepsopleiding.” Dus filosofie moet bijdragen aan de vakbekwaamheid van een student. In concreto kwam de inhoud van dit vak neer op:

- logica : leren redeneren

- beroepsethiek

- het kweken van een historisch bewustzijn (kenleer en geschiedenis van de filosofie)

- moderne filosofische stromingen.

Schrijven is een verademing vergeleken bij het keurslijf dat een vak, dit geldt ook voor filosofie, je oplegt. Ik geniet van de vrijheid die een roman me biedt. Het docent-zijn kan ik dan helemaal loslaten.

8. De personages in je nieuwste boek hebben het moeilijk met de normen en waarden van de kerk...

Ja, maar hun relatie met de kerk is ambivalent. Van de ene kant maken de personages deel uit van de kerk en hebben ze het hele hebben en houden ervan persoonlijk aan den lijve ervaren. Zij beheersen bijgevolg ook de rationalisaties, die de Kerk hanteert om haar bestaan en het leven van clerus en gelovigen te rechtvaardigen. Breken met het celibaat of de Kerk zelf is dan ook gebaseerd op voortschrijdend verstandelijk inzicht en het maken van afwegingen, die een keuze bepalen. De personen in mijn roman ontkomen hier niet aan.

9. Je gaf aan dat je eigen studietijd en idealen lichtelijk overeen komen met die van je romanpersonages. Hoe autobiografisch is je roman verder?

NIET! Toen ik aan deze roman begon had ik een heel ander beeld voor ogen dan de uitkomst. Alleen het thema stond vast: seksueel misbruik binnen de geledingen van de kerk en hoe hiermee in het verleden  werd omgegaan. Ik stond van meet af aan voor een dilemma: beschrijf ik eigen ervaringen of verzin ik er een verhaal over. Had ik gekozen voor optie 1, dan zou het resultaat zijn een droge opsomming van feiten. Nu werd het optie 2. Dit betekende dat ik een spannend uit mijn dikke duim gezogen verhaal diende te presenteren. Alle opgevoerde personen zijn fictief. Feitelijk is wel dat ik op een seminarie heb gezeten. En hoe er met kindjes van ongehuwde moeders werd omgegaan in het verleden verwijst naar een gangbare praktijk in mijn geboortedorp.

10. Hoe ga jij te werk als schrijver? Hoe bedenk je een verhaal, bouw je het op...? Werk je met schema's of niet? 

Schrijven is voor mij ontlading van emotie. Als ik door een voorval of maatschappelijk thema wordt geraakt, vraag ik me af: “Henk, kun je hier een zinnig verhaal uit distilleren, dat lezers aanspreekt.” Meestal laat ik deze gedachte een tijdje in mijn hoofd sudderen. Is de brei gerijpt tot een vaag concept, dan vind ik het spannend om achter de computer te kruipen “op hoop van zegen”.

Ik haal inspiratie uit de natuur en oude cultuursteden zoals Athene, Rome, Florence, Madrid, Maastricht... en hun musea.Het land van de Katharen, tegen de Pyreneeën aan, Frans Catalonië, is mijn ideale vakantieplek. Een reis naar Israël en de Palestijnse Staat zou ik nog wel eens willen maken. Reizen en culturen... inspireren me enorm! Maar bovenal haal ik inspiratie uit het leven zelf: het proces van opeenvolgende generaties, uitsterven van mens en dier, het uitdijend heelal...

11. Overleg je met mensen uit je omgeving tijdens het schrijven? 

Ik overleg met niets en niemand. Voor mij is schrijven een volledig geïsoleerd gebeuren. Ik sluit me in deze periode af voor alles en iedereen. Ik ben in deze fase van het schrijven volledig asociaal en voor de buitenwereld ongenietbaar, want los van mijn omgeving wil ik per se alleen zelf voor de vormgeving en inhoud van mijn tekst verantwoordelijk zijn. Alleen roep ik voor bepaalde feiten soms de hulp van Google in om een en ander te verifiëren.

Overigens, als het boek er straks is, laat ik het het eerst lezen aan mijn partner Riny, mijn kinderen Joël en Haske, mijn broer Dion en mijn vriend Piet Konings.

12. Waar schrijf je meestal?

Op mijn studeerkamer. Bij het schrijven heb ik kleur om me heen nodig. Al de door mij vervaardigde schilderijen, die niets voorstellen, hangen hier aan de muur. Achter me staat een grote boekenkast met inhoud. Op de vloer is het een puinhoop en het behang bladdert van de muren. Alles bij elkaar is dit de ideale, chaotische plek die me creatief doet zijn en waar ik tussen de soep en de aardappelen achter de computer kruip.

13. Ben je altijd al een verhalenverteller geweest? Zit dat in je aard? 

Het komt door mijn doofheid, denk ik. Deze maakt mij visueel ingesteld. Reeds als kind maakte ik op grond van wat ik dacht te zien eigen verhalen. Dit ontlokte bij mijn klasgenoten wel eens de uitspraak: “Alles wat jij zegt en schrijft, Henk, is gelogen. Maar, wel mooi gelogen.” Dat is een mooie omschrijving van fictie.

14. Je hebt inmiddels kleinkinderen. Vertel je hen ook zelfverzonnen verhalen, voor het slapen gaan?

Hier begin ik niet aan. Dit heb ik ook nooit bij mijn eigen kinderen gedaan. Ik ben de mening toegedaan dat ze hun eigen verhalen moeten maken en kiezen. Wel heb ik hen veel voorgelezen : Roald Dahl, Annie M. G. Schmidt, Dick Bruna...

15.  Welke auteurs bewonder je?

Van kind af aan heb ik alles gelezen wat er los en vast zit. Favoriete schrijvers zijn voor mij: Dostojevsky, Gr. Greene, Steinbeck, Orwall, Eco, Mulisch, Hugo Claus, Houllebecq, etc. en uiteraard filosofen als Sartre, Michel Foucault... Verder: “To be or not to be” van Shakespeare is de sleutel tot alle leven.

Mijn vriend Rindert Brouwer publiceert geregeld over funeraire toestanden overal in Europa. Ik vind zijn verhalen pure literatuur. Zelf denkt hij meer in termen van onderzoeksjargon.

16. En welke filosofen? 

Plato en Aristoteles, Descartes, E. Kant, Marx, Sartre, Michel Foucault, Derrida, Mbiti...

17. In je boek volg je de actualiteit op de voet. Is dat in het dagelijks leven ook zo? Welke krant lees je? Ga je vaak naar de film?

Mijn krant is de Volkskrant; vooral de editie van de zaterdag is een genot. Met mijn abonnement van het filmhuis ben ik op de hoogte van de nieuwste films. Toch blijven mijn favorieten de Italianen: Frederico Fellini en Pier Paolo Passolini.

18. Wat is jouw (literaire) droom?

Graag zou ik een boek willen schrijven waarmee ik een breder lezerspubliek bereik dan nu het geval is. 

Persoonlijk denk ik dat mensen heden ten dage met zinvragen worstelen. Alles moet snel en productief zijn. Veel geld verdienen is de norm. Tot voor kort droegen religies en ideologieën als socialisme nog een positief en hoopvol levensperspectief aan. Nu in deze tijd de –ismen weg zijn gevallen, ervaren mensen een leegte. “Boeken die iets met je doen” - het adagium van mijn uitgeverij - zijn dan ook noodzakelijk, want ze voorzien in een levensbehoefte.

Mijn boeken worden inmiddels al sinds lange tijd bij Uitgeverij Lemmens uitgegeven en het bevalt heel goed. Hoe ik terechtkwam bij deze Valkenburgse uitgeverij? Ik zocht een uitgeverij en ineens stond Ivo Lemmens op de stoep met de vraag of ik mijn verhalen aan zijn uitgeverij wilde slijten. Ik kon mijn oren bijna niet geloven. Zo is het dus gekomen...

19. Kijk je uit naar de reacties op je nieuwste roman?

Het is telkens weer spannend hoe er op je nieuwe roman wordt gereageerd, vooral door recensenten. Ze geven je het gevoel dat ze je kunnen maken of breken. Zelf geniet ik ervan als mensen die je boek hebben gelezen je positieve feedback geven. Als schrijver dien je opmerkingen als: “Jij gebruikt wel veel moeilijke woorden” serieus te nemen. Dan is er werk aan de winkel. Iedereen moet van je verhaal kunnen ‘genieten’.

 

 

 

 

4 reacties Bij “19 vragen aan... Henk van der Vorst” »

  1. jan van der varst heeft geschreven:

    Henk, ben benieuwd. Laat me verrassen en zal alle moeite doen het biografisch perspectief buiten de deur te houden!

  2. John Meijers heeft geschreven:

    Bij het lezen van het intervieuw zie ik je zo voor me. Echt Henk!!! Ik, de minst belezen van de familie, heb dus ook maar weinig van je gelezen maar wie weet, OOIT!!!! Misschien waag ik weer een nieuwe poging met je volgende uitgave???

  3. Sjaak v.d. Vorst heeft geschreven:

    Henk, Eindelijk weer nieuws van jou. Eeerlijk en recht voor de raap. Ik verheug me nu al op het nieuwe boek. Heb ze allemaal gelezen en er van genoten. Blijf me op de hoogte houden. Groetjes en veel succes deze keer, Sjaak

  4. Prima interview, met weinig woorden to the point. Ik herken er Henk helemaal in, zoals hij denkt en spreekt. Zijn boeken zijn niet altijd gemakkelijk te lezen, mijn favoriet tot nu toe is "Vreemd bloed, vreemde zonden", dat heb ik in een keer kunnen uitgelezen. Ik ben benieuwd naar zijn nieuwste boek.

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?