Noors reisverhaal van Deniece

« Terug

Gastblogger Deniece Wildschut schrijft weer een prachtig verhaal. Dit keer neemt ze jou, vakantieganger die inmiddels (bijna) weer aan het werk is of weer aan school of studie begonnen is, mee op reis. Wie wil nou niet even een moment in het fascinerend mooie Scandinavië zijn? Lees hier het verhaal van Deniece: 'Mozes en Vidar.'

Mozes en Vidar

 

In de straten van Odda keek ik wat zoekend om me heen. Ik had voor vertrek ergens gelezen dat dit één van de lelijkste steden in Noorwegen werd genoemd en dat kon ik alleen maar beamen. Fabrieken, arbeiders, rookpluimen en treurig ogende huizen gaven de stad zijn gezicht. De overweldigende schoonheid die ik tot nu toe had mogen ervaren, leek slechts een verre herinnering. Ik voelde heimwee naar de machtige bergen, naar al dat water, de stilte, de groene velden, de schoonheid en de deken van mist die me ’s ochtends vroeg begroette. Ik voelde heimwee naar Eidfjord, het prachtige plaatsje waar ik drie dagen eerder was gebleven en met pijn in mijn hart vertrok.

Ik kwam terecht op een pleintje, waar zich enkele winkeltjes en een café bevonden. Op een bankje, niet ver bij mij vandaan, zat een man op zijn gemak in gedachten verzonken. Zijn hond lag vlak bij hem op de grond en kwispelde vrolijk. Af en toe kwam er iemand voorbij en de man groette vrijwel iedereen. Met sommige van de voorbijgangers maakte hij een praatje en ik kreeg de indruk dat hij iedereen kende en andersom. Dat kwam goed uit, want ik wilde op zoek naar een camping waar ik die nacht zou kunnen verblijven. Uiteindelijk liep ik op hem af en vroeg ik hem naar een camping.

         ‘Ik weet een mooie plek,’ antwoordde hij in perfect Engels. ‘Ik breng je er wel naartoe, want lopend is het een behoorlijk stuk.’

         Hij stond op en glimlachte.

         Ik zweeg even, zag allerlei angstaanjagende scenario’s door mijn hoofd vliegen en zei uiteindelijk: ‘Dat zou fantastisch zijn. Wat         aardig...’

         Aarzelend volgde ik hem, terwijl zijn hond kwispelend meehobbelde.

         ‘Hij heet Mozes,’ vertelde de man. ‘En mijn naam is Vidar.’

         Ik schudde zijn hand en stelde me eveneens voor.

         ‘Je bent hier op vakantie?’        

         ‘Niet specifiek hier, in Odda,’ zei ik. ‘Ik ben aangekomen in Oslo en ik reis via allerlei andere plaatsen naar Bergen. Daar gaat het vliegtuig terug naar Nederland.’

         Hij knikte goedkeurend. Zijn halflange donkere haar hing vermoeid langs zijn gezicht, hoewel zijn glimlach klaarwakker was.

         ‘Ik heb ook vakantie. Om de week leg ik als vrachtwagenchauffeur grote afstanden af. Tussendoor ben ik dan steeds een week vrij.’

         Hij stopte bij een afgetakelde Mazda 323 en opende het portier. Mozes sprong de auto in en ging languit op de achterbank liggen. Vidar opende de kofferbak en stopte mijn grote rugtas daar voorzichtig in. Aarzelend ging ik zitten. In de auto rook het naar sigaretten en luchtverfrisser.

         ‘Woont u hier, in Odda?’ vroeg ik.

         ‘Ja.’        

         Ik knikte en keek naar buiten, me realiserend dat ik bij een wildvreemde man in de auto zat. Wat zouden mijn ouders gelukkig zijn, als ze dat wisten...

         ‘Welke plekken heb je al bezocht, hier in Noorwegen?’ vroeg hij.

         ‘Ik ben van Oslo naar Geilo gereisd, toen naar Voss, vervolgens naar Eidfjord en nu ben ik hier in Odda. Morgen reis ik verder, naar Haugesund en dan naar Bergen.’

         ‘Met het openbaar vervoer?’

         Ik knikte. ‘Het openbaar vervoer werkt perfect en je ziet ook nog een ontzettend veel van de omgeving.’

         De rookpluimen verdwenen achter ons en we passeerden tot mijn verbazing weer wat typisch Noorse huisjes, afgelegen groene velden én toen opeens; heel veel water. Verrast ging ik rechtop zitten, terwijl de auto tot stilstand kwam.

         ‘Hier kun je kamperen,’ zei hij opgewekt.

         Ik keek naar de plek die hij aanwees en glimlachte dankbaar. ‘Wat is het hier mooi! Is dit écht nog Odda?’

         Vidar knikte, grijnzend. ‘Dit is echt nog Odda.’

         Mijn blik gleed over het stukje gras, de enorme hoeveelheid water waar ik op uitkeek en de eikenboom die de plek schaduw bood. Ik liep naar de waterkant en ging daar zitten. Het uitzicht was betoverend. Vidar wees de verte in, naar de overkant. Daar aan het water, pal tegenover mijn nieuwe kampeerplek, stonden enkele huizen.

         ‘Daar woon ik,’ zei hij. ‘In dat donkerblauwe huis, met die veranda.’

         Ik kneep mijn ogen samen en knikte. Het deed me, zo vanuit de verte, ook wel denken aan het soort huizen dat je regelmatig aantreft in horrorfilms. Nu scheen de zon echter en stond het huis trots en glinsterend in een stukje van Odda dat werkelijk prachtig was.

         ‘Wat moet het fantastisch zijn om op zo’n mooie plek te wonen. Aan het water...’

         ‘Dat is het zeker,’ antwoordde Vidar. ‘Het huis was van mijn ouders. Het is al ontzettend lang in onze familie en dat zal het ook blijven. Ik woon er erg graag.’

         ‘Mag ik hier echt zomaar kamperen?’ vroeg ik voor de zekerheid.

         Tot dan toe had ik elke nacht op campings doorgebracht, hoewel wildkamperen in Noorwegen was toegestaan.

         ‘Ja, dat is geen probleem.’

         Hij haalde mijn tas uit de kofferbak en ik zei Mozes gedag, waarna ik Vidar hartelijk bedankte voor de lift en zijn auto de verte in zag verdwijnen.

         Die avond lag ik in mijn tent, en vroeg ik me vreemd genoeg serieus af of ik de volgende ochtend nog wakker zou worden. Wildkamperen mocht dan wel toegestaan zijn, maar mensen met slechte bedoelingen kon je overal tegenkomen. Even schoot de gedachte door mijn hoofd dat Vidar mij misschien niet voor niets op een plek had afgezet die vlakbij zijn huis lag. Je wist maar nooit... Toch verdrong ik mijn negatieve gedachten en viel ik uiteindelijk in een diepe slaap.

De volgende ochtend werd ik uitgerust, dankbaar en tevreden wakker. Ik had me gewaagd aan wildkamperen, een lift gekregen van een vreemde én ik leefde nog! Ik ritste de tent open en genoot van het uitzicht. De stilte was overheersend en het enige geluid dat ik hoorde kwam van Mozes, die ik in de verte opgewekt hoorde blaffen. Ik glimlachte en pakte mijn spullen in. In stilte nam ik afscheid van Mozes en Vidar. Ik wierp nog een blik op zijn huis aan de overkant en vervolgde opgewekt mijn reis.

        

         

2 reacties Bij “Noors reisverhaal van Deniece” »

  1. Credetesk heeft geschreven:

    Hoi allemaal op weblog.lemmensonline.nl . Wat denk je recepten ?rnvoorbeeld :rnAppelbrandewijn kip, gemaakt met kipfilet helften , appelbrandewijn , room , uien en boter , samen met de champignons.rn    4 kipfilet helftenrn  rn    zout en peperrn    8 gram in plakjes gesneden champignonsrn    2 theelepels olijfoliern    2 theelepels boterrn    1 / 3 kopje appelbrandewijn , zoals Apple Jack of Calvadosrn    4 groene uien, gehaktrn    1 / 2 kopje room of slagroomrn    1 theelepel verse tijmblaadjes of 1 / 4 theelepel gedroogde tijm bladerenrn  rnbereiding:rnPlatter kip ; plaats kipfilet helften tussen stukken plastic wrap en voorzichtig pond tot uitgedund en uniform in grootte . Bestrooi ze met zout en peper. In een grote zware koekenpan , warmte olijfolie en boter op een matig vuur . Voeg kipfilets . Kook ze ongeveer 5 minuten , tot ze bruin , dan draaien. Voeg champignons toe en bak voor ongeveer 5 minuten langer . Voeg de groene uien en appelbrandewijn toe en bak nog een minuut , tot de kip gaar is en de champignons gaar zijn. Voeg de room toe en tijm ; sudderen tot het dik . Proef en voeg zout en peper indien nodig.rnHeb je nog enig idee ? recipes for chicken

  2. Mooi..deze website.. ziet er strak uit !

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?