'Elk verhaal laat een indruk achter die nog dagenlang in je hoofd blijft rondspoken’

« Terug
Rob Molin, literair journalist, bespreekt 'Het jaar van de vluchtende geest'.

'Elk verhaal laat een indruk achter die nog dagenlang in je hoofd blijft rondspoken.’ Deze zin staat onder meer geciteerd op het achterplat van Het jaar van de vluchtende geest en is afkomstig uit een recensie van mijn hand. In welke context de inhoud van die zin gepast heeft, weet ik niet meer. Het is lang geleden. Hoe dan ook, Jacques Graus is als schrijver nog lang niet van het toneel verdwenen getuige zijn kersverse roman vol toekomstmuziek.

Als slogan ter aanbeveling van Het jaar van de vluchtende geest verdient dat citaat beslist een tweede leven. Want ook de indruk van deze roman spookt nog steeds in mijn hoofd rond sinds ik weken geleden (wat gaat de tijd toch snel) op de laatste bladzijde 380 de lectuur beëindigde. Met gemengde gevoelens en wezenloos voor mij uitstarend bleef ik met het dichtgeslagen boek nog minutenlang zitten, verhief mij eindelijk en prevelde: ‘Er is meer tussen hemel en aarde …’ En dat terwijl er bij het lezen van het vijfde en laatste hoofdstuk eventjes een verlossend licht in de duisternis ging schijnen.

Hoofdpersoon Math immers die in zijn ‘tweede’ leven een voormalig klooster bewoont en dan heel toepasselijk Paul Kloostermans heet, blijkt in de hoofdstukken één tot en met vier door de auteur vanuit een zogenaamd onbetrouwbaar perspectief te zijn neergezet. Dit wil zeggen dat Math of Paul de dingen niet in een alledaagse perceptie beleeft maar er een verwrongen beeld van geeft. Omdat het boek nog niet zo lang geleden verschenen is, ga ik niet in op de precieze aard van de geestesgesteldheid van Paul, zoals ik hem verder zal aanduiden. Aspirant-lezers willen toch liever niet het naadje van de kous weten en vooral ook niet de ‘story’ voorgeschoteld krijgen. Ik meen er goed aan te doen mijn essentiële leeservaringen te etaleren (zonder al te veel van het verhaal te onthullen) en daarmee de zin van Graus’ nieuwe roman.

In Het jaar van de vluchtende geest is hoofdpersoon Paul een ongrijpbare figuur. Dit nu maakt hem zowel charmant als onsympathiek. Nu eens sluit je hem in je hart, dan weer verguis je hem. Dat je geen hoogte van hem krijgt, brengt een merkwaardige spanning teweeg. Het jaar van de vluchtende geest heeft mij doorlopend doen hunkeren naar een verlossend einde, naar een antwoord op de zich opstapelende vragen. De tekst op de achterkant verklapt dat de roman zich afspeelt in een esoterische wereld. Inderdaad, het toedienen van kruidendranken en het ondergaan van regressietherapie zijn aan de orde van de dag.

Deze verschillende therapieën vormen een tweespalt en zijn gericht op één en hetzelfde doel: het afdrijven van de ouderdom naar een tweede jeugd. Paul en nog enkele anderen in het klooster bereiken de door hen begeerde verjonging. Het is vooral de hoofdfiguur die buiten de muren in de omgang met hem bekende leeftijdgenoten in absurde situaties verzeild raakt. Met gevoel voor humor en ironie heeft Graus die ontmoetingen weergegeven. Sterk ook is de manier waarop hij Pauls herinneringen aan zijn jeugd en met name aan zijn opgroeien als enig kind bij een soort van adoptiemoeder gestalte geeft. Allerlei onverwerkte resten uit zijn vroegere leven dwarrelen in de belevingswereld van het omgebouwde en moderne klooster binnen en veroorzaken een chaotisch zielenleven dat om ontraadseling vraagt.

De humor rond het verjongen enerzijds en de tragiek rond het om jeugd vragend leven anderzijds is één van de in het oog springende antithesen in Het jaar van de vluchtende geest. Onder jeugd moet dan behalve een vitale adolescentie of de dadelijk daarop volgende periode ook het babystadium verstaan worden. Bovendien is zwangerschap, met de notie van (nog) onbeschreven leven, een belangrijk thema in de roman. Niet voor niets wordt Paul gedreven door de vlucht voor frustrerende en belastende gebeurtenissen, en schuwt hij geenszins koesterend vrouwelijk gezelschap.

Het heeft er alle schijn van dat Paul bij wijze van loutering terug wil in de moederschoot. Dat is een cruciaal moment, verankerd in de foto van een baby op het omslag van de mooi uitgegeven roman. Op het schouderblad van het kindje is een merkteken zichtbaar, een beertje, het symbool voor de genezing van de pijn des levens nadat zich in het voorgaande volwassen leven smart op smart heeft gestapeld. Het zijn er maar weinigen die onder dit teken van zuiverheid en onbedorven oorsprong geboren zijn en straks weer kunnen ‘terugkeren’. Niet die ene mens kiest Christus uit, maar Christus kiest die ene mens uit, luidt een gezegde dat speciaal voor Het jaar van de vluchtende geest opgaat.

Zo beschouwd is de roman een elitair gericht boek. Voor mij is het niettemin universeel, want het vertrekpunt is de wereld van de regressie die Graus beroepshalve vertrouwd is en voor eenieder ontsluiten kan. Het is hem een grote behoefte daar schriftelijk verslag van te doen en zo boven het moment, boven het vluchtige uit te stijgen.

Aan het eind van zijn roman laat hij zich trouwens uit over het wezen van het schrijverschap. Paul heeft in het klooster een dagboek bijgehouden en met dit gegeven is er ineens een link met de auteur van Het jaar van de vluchtende geest. Waarmee ik wil zeggen dat Graus zich niet heeft losgezongen van zijn hoofdfiguur. En evenmin van de katholieke jeugd die in de Nederlandse letteren als onderwerp ten onrechte nog nauwelijks een plaats heeft veroverd.

Voor mij is Het jaar van de vluchtende geest een roman van een spiritueel auteur, gedreven op zoek naar de kern van het menselijk bestaan. Het geloof van weleer heeft het veld geruimd voor een levensgevoel zonder het oude geheel los te laten. In Het jaar van de vluchtende geest laat Graus namelijk zijn licht schijnen over een eeuwigheid die van deze aarde is. Het is vooral dit inzicht dat zijn boek lezenswaard maakt.

  

Er zijn nog geen reacties Bij “'Elk verhaal laat een indruk achter die nog dagenlang in je hoofd blijft rondspoken’” »

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?