15 vragen aan... Marja Pinckaers
We interviewden Marja Pinckaers (61). In september 2011 verschijnt haar boek ‘De cirkel’ bij Uitgeverij Lemmens, een familiegeschiedenis. Over haar Joodse familie in en na de oorlogstijd.

Marja Pinckaers: 'Toen het verhaal af was, was de cirkel rond. Toen heb ik mijn zoektocht, mijn ontdekkingsreis van 50 jaar afgesloten.'
1.Vertel eens iets over jezelf. Waar liggen je interesses, waar houd je je zoal mee bezig?
Na mijn kandidaats Nederlandse taal en letterkunde studeerde ik af in theaterwetenschap. Ik werkte als beleidskundige in de cultuursector (Raad voor de Kunst/Cultuur, Rotterdamse Kunststichting) en heb later samen met mijn geliefde een organisatie adviesbureau gerund. We deden opdrachten voor culturele organisaties en overheden door het hele land. Nu ik niet meer ‘werk’, kan ik lekker schrijven. En oma zijn voor mijn vijf kleinkinderen….
2. Waar gaat ‘De cirkel’ over?
Aan mijn oma bewaar ik de mooiste herinneringen. Maar er is meer. Mijn oma heeft Auschwitz overleefd. Bijna twee jaar verbleef ze daar. Ook dat was onderdeel van onze relatie. Toen ik wat ouder was sprak ze, als we met zijn tweeën waren, soms niets verhullend over het kamp. Het maakte grote indruk op mij. Er was ook veel non-verbale communicatie bij, zoals het blauwe getatoeëerde nummer op haar arm, haar buikkwalen, haar pijnlijke voeten, en de alom tegenwoordige en vooral geheimzinnige afwezigheid van mijn opa. Oma’s man was niet teruggekeerd uit Auschwitz.
In 1998 kreeg ik van mijn moeder (7 jaar voor haar overlijden) de brieven die mijn oma heeft geschreven in 1945 vanuit Zweden, waar ze na haar gevangenschap terecht was gekomen. De ontroerende puurheid van deze teksten, haar blijdschap om vrij te zijn, haar wil om verder te gaan met leven en de onmetelijke liefde voor haar twee kinderen, geven aan deze brieven een kostbaar, inspirerend karakter. Nu, meer dan 65 jaar later, hebben ze niets aan kracht ingeboet.
Wat het gezin van mijn grootouders in de Tweede Wereldoorlog overkwam, houdt mij al meer dan vijftig jaar op allerlei manieren bezig. Niet alleen omdat het laat zien wat er kan gebeuren als de grote wereldgeschiedenis en die van een gewone familie elkaar raken. Maar ook omdat het van grote invloed is op mijn denken en doen. Een bezoek aan Auschwitz in mei 2009 was de aanleiding mijn ervaringen van al die jaren bij elkaar te vegen, te ordenen en er mijn verhaal van te maken. Bovenal is dit boek opgeschreven als hommage aan mijn oma. Haar verhaal mag niet verloren gaan.
3. Wat deed je besluiten het verhaal publiek te maken?
Primo Levi’s gedicht ‘Is dit een mens?’ inspireerde me aanvankelijk om het verhaal van mijn grootouders in elk geval voor de familie op te schrijven. Vooral de laatste strofen waarin Levi aanspoort om het door te geven aan je kinderen, zag ik als een opdracht. De geschiedenis van onze familie mag niet verloren gaan. Het moet verteld blijven, omdat het nooit meer mag gebeuren.
Ik heb altijd gedacht dat de brieven van mijn oma uit Zweden interessant zijn voor een groter publiek. Ze zijn zo mooi, zo sterk. Mijn oma heeft ze meteen na haar bevrijding opgeschreven. Ze vertelt niet alleen wat voor vreselijks haar is overkomen, ze laat je ook voelen wat het betekent vrij te zijn. En ze heeft een perspectief, ze blikt vooruit. Ik vind haar brieven prachtig passen in de symboliek van 4 en 5 mei: herdenking en vrijheid. Ze zijn na zoveel jaren nog steeds actueel. Het heeft wel heel lang geduurd voor ik een goede vorm had gevonden voor de brieven.
4. Is ‘De cirkel’ je schrijversdebuut?
Ik heb altijd veel geschreven. Voor mijn werk en ook daarbuiten. Dat is ook wel gepubliceerd. Ik schrijf graag. Ik houd van taal, van spelen met woorden. Net zolang priegelen tot er staat wat je wilt zeggen. Maar dit is anders. Deze tekst is een boek geworden. Mijn eerste echte boek. Ik heb opgeschreven zoals het is gegaan maar ook wat het mij heeft heeft gedaan. Ik heb uit eigen herinneringen geput en ik heb bronnen geraadpleegd. Maar ik kwam ook bij toeval informatie tegen. En de brieven van mijn oma, die kreeg ik…
5. Waarom koos je voor de titel 'De cirkel’?
De zin 'De cirkel is rond' ontglipte me in Auschwitz toen ik mijn geliefde thuis per sms liet weten hoe het met me was. Het waarom van mijn zoektocht van vijftig jaar kreeg op die plek een antwoord. Dat ik er een verhaal van zou maken, wist ik toen nog niet. Het bezoek aan het kamp bleek het eindpunt van een langdurig proces waar ik tot dan toe mee bezig was geweest. .
6. Bevat het boek een boodschap?
Ik heb een verhaal. Geen boodschap. Dat vind ik aanmatigend. Ik kan me voorstellen dat sommige passages meer aanspreken dan andere. Het is ook heel goed mogelijk dat iemand er een boodschap in ziet. Dat laat ik graag aan de lezers over. Maar als je persé wilt: mijn oma heeft een boodschap. Lees haar brieven. Weet waarvoor je leeft en leef daar ook naar.
7. Jij schenkt de royalty’s van het boek aan instanties die zich bezig houden met oorlogsslachtoffers…
Ja, vooropgesteld dat het boek verkoopt. Dat weet je natuurlijk nooit. Ik wil niet aan dit verhaal iets verdienen. Dat vind ik niet kies. Daarom schenk ik de royalty’s uit verkoop en uitlening aan een instantie die psycho-scociale hulp verleent aan slachtoffers van vervolging. Met het bestuur van de stichting heb ik afgesproken dat ik deze ‘gift’ schriftelijk zal bevestigen.
8. Wie hoop je dat het boek gaan lezen?
Ik hoop dat heel veel mensen het boek willen lezen. Natuurlijk de mensen aan wie ik het boek heb opgedragen. Dat zijn alle nazaten van mijn oma en opa. Een aantal van hen heeft het al gelezen. Verder zullen mensen die mijn familie hebben gekend, zeker interesse hebben. Dat geldt ook mensen met belangstelling voor geschiedenis.
Ik kan me verder voorstellen dat het boek jongeren aanspreekt. De Tweede Wereldoorlog is lang geleden. Verhalen over die tijd raken op de achtergrond. Omdat dit een persoonlijk verhaal is van iemand die de oorlog niet heeft meegemaakt maar er toch mee te maken heeft, is de drempel om er kennis van te nemen niet zo hoog. Mijn boek gaat ook over de verhouding tussen grootmoeder en kleinkind. Een grootmoeder met een bijzondere geschiedenis. De meeste jongeren hebben een oma (gekend). Daarom past het verhaal waarschijnlijk bij middelbare scholieren.
Er zullen vast ook mensen zijn die zomaar getriggerd raken door de titel, of door de kaft. En niet te vergeten mijn vrienden. Die zijn vast nieuwsgierig naar mijn verhaal.
9. Hoelang heb je aan dit boek gewerkt? Hoe ging je te werk?
Echt geschreven heb ik een maand of acht. Maar mijn zoektocht duurde een veelvoud daarvan. Wel 50 jaar. Niet dat ik er al die tijd dag en nacht mee bezig was. Natuurlijk niet. Er waren periodes dat het wat intensiever was, dan weer gebeurde er maandenlang niets. Maar het speelde wel altijd op de achtergrond. Daags na het bezoek aan Auschwitz ben ik gaan schrijven. Daarvoor had ik al een aantal herinneringen aan mijn oma opgetekend. Als een soort vingeroefeningen. Ik wilde namelijk af van het rationele zakelijke schrijven dat ik deed voor mijn werk. Ik wilde mijn hoofd vrij maken, weer vrij kunnen denken. Daarvoor moest ik de attitude van vroeger terug vinden, van toen ik 16 was en de schoolkrant vol schreef met gedichten en romantische overpeinzingen.
Er zijn uiteindelijk 45 versies geweest van ‘De cirkel is rond’ voor het verhaal af was. Gelukkig helpt een computer daar goed bij. Alle versies zijn zinvol geweest. Ik heb bijvoorbeeld uitgebreid met de tijden gestoeid. Ik heb uiteindelijk ervoor gekozen het bezoek aan Auschwitz in de verleden tijd te zetten en alles wat in het verleden is gebeurd, in de tegenwoordige tijd. Maar er zijn versies waarin dat anders is. Ik heb ook de ik-vorm een keer veranderd in de derde persoon, en Stéphanies naam gewijzigd, om te zien wat er gebeurt als het fictie zou zijn. Het duurde ook een hele tijd voor ik de constructie had. Hoe vlecht je al die verschillende verhalen aan elkaar? Ik zag dat ook letterlijk zo voor me toen ik voor het eerst de samenhang had gemaakt. Altijd al had ik iets willen doen met de brieven van mijn oma, en ineens had ik de sleutel.
Als het dan af is, dan ga je slijpen. Dat is heel secuur werk. Hier en daar nog een zin veranderen, een hoofdstuk omgooien en toch weer ongedaan maken. Omdat de eerste ingeving beter bleek. En ga zo maar door. Het moet woord voor woord kloppen.
Ik heb natuurlijk niet continue geschreven. Dat lukte me niet. Maar wel veel en vaak. Ik weet ook niet of ik zo gedisciplineerd ben als sommige schrijvers zijn: elke ochtend om 7 uur achter de computer. Daar ben ik te lui voor. Ik schrijf als ik gedreven ben. Als ik echt zin heb om te schrijven. Dan kan ik eindeloos doorgaan. Dan kan ik me er in verliezen. Maar, zoals bij alles, ook als ik niet achter de computer zat, ging het denken, het creëren door. Dat hield nooit op, zelfs niet als ik in bed lag.
10. Met wie heb je van gedachten gewisseld tijdens het het schrijf- en onderzoeksproces?
Tijdens het schrijven is mijn geliefde mijn belangrijkste praatpaal geweest. Ik las hem wel eens stukjes voor die ik net af had. Hij heeft mijn oma ook gekend. En hij kent mij natuurlijk als de beste. Hij heeft mij zien worstelen, met mezelf, met mijn identiteit en met dit verhaal. Hij weet dat ik kan schrijven. En hij is mijn liefste criticaster. Altijd geweest. Hij kan lovend zijn én heel kritisch. Daar heb ik het wel eens moeilijk mee, want ik ben natuurlijk ook een wijsneus. Maar ik weet niet of het boek er zonder hem was gekomen. Dat geldt ook voor mijn dochter. Zij heeft vrij in het begin al een stuk gelezen. Tijdens het schrijven werd ik ernstig ziek en lag het werk een half jaar stil. Toen ik er weer boven op was heeft zij mij gestimuleerd het op te pakken. ‘Waarom maak je het niet af?’, vroeg ze. Ja, waarom niet.
Over de inhoud heb ik met niemand overleg gehad, wel over de vorm van het verhaal. Hoe je het vertelt en wat je vertelt. Mijn zoon had het heel nauwkeurig gelezen en heeft veel goede suggesties gedaan. Ik moest van hem het verhaal laten spreken, ik mocht van hem niet oordelen. Een paar vrienden hebben commentaar geleverd op een van de versies. Wie ik hierbij zeker moet noemen is mijn vroegere leraar Nederlands van het Jeanne d’Arc-Lyceum. Die mocht van mij het rode potlood hanteren! Dat was erg leuk en stimulerend. Hij is ook heel blij dat het verhaal wordt gepubliceerd.
11. Heb je het boek ook laten lezen aan mensen die de oorlog zelf mee hebben gemaakt?
Mijn moeder is in 2004 overleden, lang voor ik met dit boek begon. Ik denk niet dat ik gemakkelijk met haar hierover had gesproken. Mijn oom wist dat ik de brieven van mijn oma had, en ik heb hem verteld over mijn bezoek aan Auschwitz en wat ik daar aantrof over mijn opa, zijn vader. Ik hoorde dat hij daardoor ernstig geschokt raakte. Hij was oud, het emotioneerde hem zeer. Hoe graag ik juist met hem over sommige onderwerpen had willen spreken, ik wilde hem geen pijn doen. Hij gaf mij de laatste jaren van zijn leven wel eens een tekstje van zijn hand bijvoorbeeld over hoe in hun gezin vroeger werd gedelibereerd om te vluchten. Hij wist heel goed dat ik me er voor interesseerde. Maar dat waren feiten, op papier. Over feiten konden we het misschien nog wel hebben. Zo heb ik hem wel eens gevraagd of hij wist wanneer oma was teruggekeerd uit Zweden, en hoe dat in zijn werk was gegaan. Maar dat kon hij zich niet meer herinneren. Hij heeft nooit geweten dat ik bezig was mijn zoektocht naar de familiegeschiedenis aan het papier toe te vertrouwen. Ik ben daar in de zomer van 2009 aan begonnen. In september van dat jaar is hij overleden.
12. Wanneer rondde je het werk af? Vond je snel een uitgever?
Ik weet nog precies wanneer het AF was. Dat was eind augustus 2010 op een avond. De volgende dag ging ik koffiedrinken bij een vriendin. Daarna heb ik nog wel eindeloos geschaafd en gepolijst aan de tekst, maar het verhaal was klaar. Ik heb het toen naar enkele uitgevers gestuurd. Sommige daarvan kende ik uit mijn vroegere werkkring. Ik kreeg een paar goede reacties en twee uitgevers wilden het ook publiceren. Begin december zat ik bij Ivo Lemmens aan tafel. En toen was de deal snel gemaakt.
13. Welk gevoel had je toen het contract getekend was?
Laatst las ik op twitter hoe enthousiast Moniek Samuel was toen ze een uitgeverscontract had getekend. Ik moet nog leren op het juiste moment blij te zijn. Natuurlijk ben ik er apetrots op dat jullie het boek gaan uitgeven. Ik was vooral gecharmeerd toen Ivo zei: ‘We gaan er samen een heel mooi boek van maken.’ Toen dacht ik ‘Yes. Dat verdient oma’. Per slot van rekening is het een monument voor haar. Maar inmiddels kan ik er zelf ook erg van genieten.
14. Verwacht je nog een boek te schrijven?
Dat weet ik niet. Ik schrijf graag. Dat dit verhaal af is, wil niet zeggen dat er niet weer iets nieuws komt.
15. Wie krijgt het eerste exemplaar?
Mijn tante Marit Hertzdahl-Hartman, de schoondochter van mijn grootouders.
16. Is het moeilijk om het verhaal los te laten? Is het echt 'af' voor je gevoel?
Ja, het is af. Toen het verhaal af was, was de cirkel rond. Toen heb ik mijn zoektocht, mijn ontdekkingsreis van 50 jaar afgesloten. Het was klaar. Of liever gezegd ik was er klaar mee. Alles viel toen op zijn plek. Ik had iets met de brieven van mijn oma gedaan; ik had mijn opa gevonden en mee teruggenomen naar huis; ik had mijzelf de ruimte gegeven om alles eruit te gooien wat ik al die jaren in stilte had beleefd en ervaren.

Dear H.J.L., If you want, you can send me (Marja's editor) an e-mail: m.smeets@lemmensonline.nl Regards, Mirthe Smeets
Would you please contact me? I am a researcher about Block 10 and I have informations for you.
Bedankt voor alle mooie reacties. Het boek is nog niet verschenen (vandaar dat het niet te vinden was bij de Selexyz). Wij houden u op de hoogte van de verschijningsdatum: u vindt dan een berichtje op deze website!
Dag Marja, Wellicht ben ik een onbekende voor jou, maar mijn geliefde is Valence Sonnen: nu zal er een lampje branden? Ik heb jou 'n keer ontmoet op een familie-reünie van de familie Pinckaers. Je maakte indruk door je guitige git zwarte ogen, krullend haarbos en je spontaniteit... Valence gaf mij gisteren een uitdraai van jouw interview '15 vragen..'. Het heeft mij nogal geëmotioneerd. Waardoor? Kennelijk moet er iets in mijn onbewustheid zijn geraakt. Even onverklaarbaar als die bijzondere ervaring tijdens het bezoek van Valence en mij aan Jeruzalem. Op het moment dat ik even stil stond midden op het plein tussen twee beroemde moskeeën (nabij de Gouden Koepel en pal boven de klaagmuur) raakte ik onverwacht hevig geëmotioneerd, terwijl mijn rechter knieschijf trilde. Maar dit terzijde. Ik ben absoluut geen boekengeleerde; mis de innerlijke rust en ervaring van boeken lezen. En toch trekt 'De cirkel is rond' mij bijzonder aan. Morgen is Valence jarig, dus ook dat was een mooie reden om naar boekhandel Selexyz te snellen. Helaas, ze kunnen jouw boek niet vinden (?). Vandaar de vraag: kan ik een exemplaar via jou bestellen? Hopelijk zal het boek door velen worden gelezen en ontvang je respons dat voldoening zal geven. Sympathiek dat de royalty's ten goede komt aan het werk van een nobele stichting. Hartelijke groet, Eduard Disch uit Maastricht (tel. 06 - 11.44.09.08)
Fijn dat je 3 generaties met elkaar hebt kunnen verbinden de kleinkinderen zullen trots op je zijn. Gerard Daalhuisen ex. voorzitter stichting Schrijven
lieve Marja, Ik ken je al minstens 30 jaar,maar realiseerde me bij het lezen van het interview, hoe weinig ik weet van het deel van je leven dat je al pratend onthult. Met in mijn achterhoofd "de hele Marja"zal ik je boek ademloos lezen. Leonie Tours-Klinkenberg
Lieve Marja, wat een ontroerend en onthullend verhaal. Mevrouw Hertzdahl, zoals ik haar kende als ze bij ons op bezoek kwam, heeft altijd een levendige, vriendelijke, tedere maar ook een beetje mysterieuze wereld meegebracht. Het huis werd dan extra mooi gemaakt als ze kwam. Ze had een indringende maar hele lieve stem en altijd bracht bijna altijd iets lekkers mee of kregen we een centje. Zelf -drie jaar na de oorlog geboren- beschouwde ik de oorlog toen als iets van heel lang geleden. Zij had wel er echter wel iets mee te maken dat wisten we, maar wat? Ik ben heel blij dat je een soort antwoord op al die geheimzinnige vragen hebt geschreven. Ben zo opgewonden dat die lieve tante (mevrouw) met haar prachtige stola's en smaakvolle hoeden met of zonder veer en hoedenspeld weer opnieuw voor mij zal gaan leven. Het is fantastisch dat je dit hebt aangedurfd, maar ik snap het heel goed. Kan niet wachten je boek te lezen. Nu al heel erg bedankt! Guy
Mooie foto. Boeiend interview. De spanning blijft... tot het boek er ligt. Je houdt ons wel op de hoogte. Tiek en Lou