FEUILLETON. De koffietafel, deel 1. Door Dirk Biddeloo.

« Terug

Het is weer tijd voor een Dirk Biddeloo-feuilleton. Na het verhaal ‘Kantine’ zetten we nu het verhaal ‘De koffietafel’ online: het tweede recente en ongepubliceerde verhaal van Dirk Biddeloo (de auteur van De muziekdoos), dat uiteindelijk in zijn verhalenbundel ‘Smakelijk’ zal belanden.  Veel leesplezier!

Lees nu ‘De koffietafel’, deel 1…

De koffietafel

Deel 1

'Welkom beste mensen, vrienden en familieleden van  onze dierbare overledene Jef, van wie wij vandaag afscheid nemen en die we in deze viering willen gedenken… Hoewel Jef nu reeds in de heerlijkheid van Gods koninkrijk werd opgenomen, is het geen gemakkelijke dag en al flitsen mooie en zuivere herinneringen door ons hoofd en hart: toch is het vrede vinden in het afscheid van een geliefd mens niet eenvoudig …

... Geef ons dan vandaag, als teken van uw liefde tot over de dood het brood dat onze diepste honger stilt, en schenk ons ook de wijn die een  heerlijke smaak heeft en ook in Uw Koninkrijk wordt gedronken…

De avond voor Zijn lijden en dood zat Hij weerom met zijn vrienden aan tafel. Toen nam Hij brood als teken van zijn leven, brak het, deelde het rond en zei : “Neem en eet hiervan gij allen zoveel het u behaagt… Vervolgens schonk hij de bekers vol en sprak: telkens als gij eet, telkens als gij drinkt, denk dan aan mij… Vrienden, eet en drink dus veel, zodat ...'

 

...Het lichaam van Christus' - de priester eet - … 'Het bloed van Christus' - de priester drinkt.

Nadat de priester zijn sacraal kannibalisme voltooid heeft, neemt hij even later de rol van gastheer op zich: 'Zalig zij die genodigd zijn op de maaltijd des Heren.'

In drommen schuiven de kerkgangers naar voren, in de richting van het bewierookte altaar.

De voorgespiegelde maaltijd is echter uitermate sober en de wijn, waarvan de priester zopas met grote slokken gedronken heeft, blijkt plotseling verdampt te zijn.

'En ga nu heen in vrede.'

Gehoor gevend aan de vredevolle opdracht van de zieleherder, schuifelen de schapen – gelovige en ongelovige - naar het geopend kerkportaal. Boven hun hoofden weerklinkt het veelbelovende lied 'Ten paradijze geleiden u de engelen…'

De muziek heeft warempel iets feestelijks, er is geen sprake van enige ingetogenheid. Bovendien staat de tekst in scherp contrast met de woorden die daarstraks door de predikant werden uitgesproken. Want volgens de zangers en zangeressen van het koor is de overledene – onder vakkundige begeleiding van een aantal engelen - op weg naar het paradijs. Maar de priester heeft beweerd dat Jef al in de heerlijkheid van het rijk Gods werd opgenomen!

Een verklaring voor deze tegenstrijdige verklaringen zou erin kunnen bestaan dat Jef weliswaar samen met de engelen zijn hemelvaart inzette, maar het door hen aangegeven tempo te traag vond en daarom, met enkele forse lenderukken, uit de groep wegspurtte om solo de hemelpoorten te bereiken, zijn verbijsterde achtervolgers het nakijken gevend.

In de onmiddellijke omgeving van het portaal vloeit de regen, vloeien er tranen. De klokken luiden; even onverschillig zijn ze als de kransen die in een zeer nabije toekomst zullen gedeponeerd worden in de buurt van de laatste rustplaats van Jef, die helaas de kans niet meer heeft om de bloemetjes buiten te zetten.

'Aan onze geliefde papa.'

'Het personeel van firma Atroce.'

Geen spoor, geen aandenken van de maîtresses van Jef. Maar zijn dierbare beeltenis leeft wellicht voort in hun hart.

Bekenden en onbekenden worden door het betreurenswaardig sterfgeval samengebracht. Zij het slechts tijdelijk. De voormiddag zoekt zijn einde op en behalve degenen die onder het eentonig klokkengelui met stille trom vertrekken, zet de stoet der overlevenden zich nu in beweging richting kerkhof, waar de teraardebestelling van Jef al zorgvuldig genoteerd werd.

De gezamenlijke tocht naar de finale bestemming verloopt traag en plechtig; vrouwen lopen – bij wijze van spreken - gearmd en het bijzondere is dat zij – meer nog dan hun mannelijke tegenhangers - voorvallen uit het verleden bespreken en commentaar geven op de houding, de kledij en het uiterlijk van oude bekenden en familieleden. Eigenlijk komt de hoofdacteur, de spilfiguur van het drama, slechts weinig ter sprake en Jef wordt aldus ten onrechte gedwongen om een derderangsrol te vertolken. Toch verdient hij beter, want per slot van rekening is het vandaag zijn hoogdag, zijn moment de gloire, zijn uiteindelijke erkenning als 'edelmoedig en rechtschapen mens', altijd bereid om voor zijn naasten een onbaatzuchtige dienstbaarheid aan de dag te leggen en voor allen een liefdevolle steun te betekenen.

De mensen die voor Jef gekomen zijn, kijken nu één voor één neer op zijn in de lijkkist rustend lichaam terwijl Jef, hoog in de hemel, zich vrolijk maakt over hen. Althans, volgens sommigen toch. Ze maken een eerbiedig kruis over de zoon, die hoewel hij zich momenteel misschien in de buurt van zijn Vader bevindt, nu ook opgenomen wordt  in de liefdevolle schoot van moeder aarde.

'Requiem in pace.' 

'Requiescat in pace.'

 'Nu gaat hij verdomme in het Latijn beginnen. Ik hoop dat hem het niet te lang trekt. Er staat een venijnig windje.'

 'Ik begin honger te krijgen.'

 'Requiem Aeternam Dona Eis Domine.'    

 'Ja ja, ’t is goed.'

 

Er zijn nog geen reacties Bij “FEUILLETON. De koffietafel, deel 1. Door Dirk Biddeloo.” »

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?