23 vragen aan... Deniece Wildschut.

« Terug

23 vragen aan…

Deniece Wildschut (25), auteur van ‘De buitenstaander'. Lees hier over Denieces schrijfambities én bekijk haar 'favorieten-lijstje'. Waar schrijft Deniece het liefst? Wat is haar favoriete boek? Wat is haar favoriete (vakantie)land en welk plekje in Nederland bezoekt ze graag? 

 

 

'Misschien is de passie er uit angst voor een ‘gewone vaste baan’ of heb ik geen ‘gewone vaste baan’ door mijn passie voor het schrijven.'

 

1. Hoe vat je ‘De buitenstaander’ in je eigen woorden samen?

‘De buitenstaander’ gaat over een jonge vrouw, die haar verleden achter zich wil laten. Ze probeert opnieuw te beginnen en leert gaandeweg dat ze, om dat te bereiken, niet om het verleden heen kan.

2. Wist je dat Renate Dorrestein een roman met bijna dezelfde titel heeft? Toeval of een verwijzing naar dit werk?

Dat weet ik inderdaad, hoewel ik dat pas later ontdekte. Ik heb het boek nog nooit gelezen en het is dan ook geen verwijzing naar de roman van Renate Dorrestein.

3. Sinds wanneer schrijf je? Wanneer besloot je je manuscript op te sturen naar Uitgeverij Lemmens?

Ik schrijf eigenlijk al zolang als ik me kan herinneren. Dat begon met stripverhalen en breidde zich uit tot korte en vervolgens langere verhalen. Het was mijn grote droom om schrijver te worden en ‘een echt boek’ te schrijven. Schrijven is altijd mijn passie geweest, iets dat ik met ongelooflijk veel liefde doe. Om die reden besloot ik mijn roman (‘De buitenstaander’) op te sturen en de gok te wagen. Bij Uitgeverij Lemmens vond ik professionaliteit, warmte, begeleiding en steun. Ik had het gevoel dat mijn roman daar op de juiste plaats was en dat gevoel is altijd gebleven.

4. Heb je lang nagedacht over de namen van de personages? Waarom koos je net die namen?

De namen kwamen vrijwel vanzelf. Ik koos ze op gevoel, denk ik. De hoofdpersoon, Mara, ontstond direct met die naam en bepaalde eigenschappen. Ik wist dat de naam bij haar paste. Zo ging het met vrijwel alle personages, behalve met haar man Toby. Hij heeft tijdens het schrijven vele namen gehad.

5. Lees je nog vaak terug in je eigen werk?

Eigenlijk lees ik nauwelijks in mijn eigen boeken en ergens voelt het nog steeds niet als iets dat ík geschreven heb. Ik bekijk de boeken soms en elke keer ben ik op één of andere manier weer verrast als ik mijn naam en foto op de cover zie staan. Ik denk niet dat ik iets zou veranderen aan mijn romans. Ze ontstonden en veranderden, groeiden uit tot dit resultaat. Dat voelt helemaal goed zoals het is.

6. Hoe bedacht je het verhaal?

Met schema’s heb ik vrij weinig en het verhaal ontstond daarom geleidelijk. De inspiratie overviel me op de meest vreemde momenten, maar op een gegeven moment waande ik me echt in het verhaal. Ik kon niet meer stoppen met schrijven en had gelukkig de ruimte en tijd om me over te geven aan de waanzin die uiteindelijk leidde tot ‘een echt boek’. Voor mij werkt dat het het prettigst.

7.  Zitten er autobiografische elementen in het verhaal?

Er zitten zeker wel wat autobiografische elementen in het verhaal. Mara lijkt erg op mij, zoals ik in zekere zin was toen ik het verhaal schreef: besluiteloos, onzeker, zoekend naar veiligheid en zekerheid, sterk en ook vaak bang. Ik was, net als Mara, vaak nieuwsgierig, maar tegelijkertijd heel bang voor ‘het onbekende’. Aspecten van haar jeugd en de gevolgen die deze jeugd voor haar heeft, komen ook wel overeen met de manier waarop ik mijn jeugd ervaren heb en de invloed daarvan op mij. Op een gegeven moment schrijft Mara een lange brief en die brief had ik bijvoorbeeld niet op zo’n krachtige en overtuigende manier uit mijn duim kunnen zuigen. Sommige aspecten zijn dus zeker zoals ze zijn door mijn eigen ervaringen en mijn gevoelens op het moment van schrijven.

8. In welke mate maakt spiritualiteit deel uit van het verhaal? Ben jij spiritueel? Hoe uit zich dat? En hoe komt dat?

Ik denk dat ‘De buitenstaander’ in eerste instantie ‘gewoon een roman’ is. Tevens speelt liefde en vooral ook vergeving een grote rol. Voor mijn gevoel zit er misschien wel wat spiritualiteit in het verhaal, maar dit blijft redelijk op de achtergrond.

Ik weet niet of ik zelf spiritueel ben en hoe dat zich dan zou uiten. Ik weet wel dat het zo ontstaan is, mede doordat ik antwoorden zocht en ‘mezelf zocht’ (uiteraard vond ik dit niet, zeker niet in ‘spiritualiteit’ zelf). Het was voor mij denk ik vooral een manier van omgaan met bepaalde zaken en er ook anders naar leren kijken. Ik heb veel gezocht en veel in me opgenomen. Eigenlijk merk ik daar steeds minder van, omdat het een plek heeft gekregen en ik er mijn eigen draai aan heb gegeven. Zo speelt het Boeddhisme een grote rol in mijn leven, maar ik zou mezelf bijvoorbeeld nooit boeddhist noemen. Ik neem het in me op, leg me er lange tijd vol overgave op toe en laat het dan deel worden van het geheel. Het blijft een belangrijke rol spelen en het blijft aanwezig, maar op de achtergrond. Ik merk er zelf steeds minder van.

9. Je leeft van je schrijfsels (als tekstschrijver en journalist). Hoe is dat? Heb je een heel andere levensstijl dan leeftijdsgenoten? Is je passie voor het schrijven zo groot dat je de onzekerheid van het freelancerbestaan op de koop toe neemt? Je bent er nooit zeker van hoeveel opdrachten je binnenhaalt…

Ik voel me heel dankbaar en blij dat ik mijn geld mag verdienen met schrijven. Wat ik altijd voor ogen had is uitgekomen en nog maak ik elke dag nieuwe stappen. Het is hard werken en volhouden, maar het voelt geen moment aan als werk. Ik heb denk ik wel een ander ritme dan leeftijdsgenoten. Geen ritme is misschien een betere omschrijving. Ik breng de meeste tijd door achter de computer. Juist omdat elk stapje weer een verschil kan maken, vind ik het nog wel lastig om soms even een pauze te nemen.

Op sommige momenten heb ik dan weer nauwelijks werk en ook dat is hard werken. Soms voel ik me wat moedeloos en dan herinner ik mezelf zo vaak als ik kan aan het grotere plaatje en aan alles waar ik zo veel voldoening uit haal.

Mijn passie is zeker groot, maar ik ben er juist heel dankbaar voor. Ik heb altijd een soort fobie gehad voor vastigheid en ik merk nog steeds wel eens lachend op dat ik niet zou kunnen functioneren in een normale baan. Een contract tekenen bij een eerder baantje maakte al dat het zweet mij uitbrak. Ik ben helemaal voor ‘vrijheid blijheid’, maar meer dan dat kwam die angst misschien ook wel voort uit het feit dat ik simpelweg weet dat mijn passie daar niet ligt.  

Schrijven is daarnaast ook heel lang mijn uitlaatklep geweest en gevoelsmatig mijn redding en mijn veilige wereldje. Wellicht beïnvloeden mijn passie en angst elkaar dus ook wel. Misschien is de passie er uit angst voor een ‘gewone vaste baan’ of heb ik geen ‘gewone vaste baan’ door mijn passie voor het schrijven.

10. Waar haal je nu echt voldoening uit als het gaat om schrijven?

Ik haal voldoening uit het creëren, uit ‘in het verhaal zitten’ en me laten meevoeren in dat wat komt. Maar minstens evenveel voldoening haal ik uit de positieve invloed die mijn teksten kunnen hebben op andere mensen. Dat doet dan wel wat met me. Ik krijg ontzettend lieve reacties en mooie complimenten en daarmee ook heel veel steun. Dat motiveert.

Ik begon met schrijven om te ontsnappen aan de wereld en elke reactie maakt dat ik mij nog elke dag iets meer welkom voel in de schrijverswereld. Misschien probeer ik op mijn manier andere mensen ook wel dat gevoel te geven. Dat ze welkom zijn en dat ze er mogen zijn, dat ze verwarring of pijn mogen voelen, maar dat er ook ontzettend veel schoonheid en liefde is. En mogelijkheden! Nu ik er over nadenk, denk ik dat daar voor mij de werkelijke voldoening ligt: anderen geven wat ik graag had willen ervaren of krijgen, maar destijds zelf vond in het schrijven van verhalen.

11. Je bent positief ingesteld. Is dat altijd al zo geweest? Reageren er ook wel eens mensen vervelend op het feit dat je schrijft? Of op wat je schrijft? Hoe ga je daarmee om?

Ik denk dat ik me steeds meer ben gaan realiseren dat je omstandigheden vaak niet kan veranderen, maar wel de manier waarop je ze ziet en ermee omgaat. Als ik het zo benader, geeft dat me een sterk gevoel. Ik maak dus zelf uit hoezeer iets mij negatief of positief beïnvloedt.

Weinig mensen reageren negatief op het feit dat ik schrijf. In het verleden is dat soms wel zo geweest, maar dan meer omdat ik soms nauwelijks aanspreekbaar was en ook de mensen om mij heen daar aan moesten wennen. Natuurlijk is niet iedereen altijd even enthousiast over wat ik schrijf en in het begin vond ik het niet makkelijk om kritiek te incasseren. Inmiddels zie ik ook dat als reclame, want er wordt dan tenminste wél over mij (of mijn werk) gesproken. Bovendien is het de mening van die persoon in kwestie en blijven er vele mensen over die mij, met hun waanzinnig lieve en mooie reacties, meer doen dan ik kan verwoorden.

12. Waarin wil je jezelf nog ontwikkelen?

In alles dat mogelijk is. Ik probeer te leren van elke stap en elke situatie, van alles wat ik doe en ervaar. Als ik kijk naar mijn dagelijks leven en werk, dan zou ik graag meer achter mijn computer vandaan komen. Ik heb al een behoorlijke weg afgelegd, van ‘mensen bijna schuwen’ naar waar ik nu ben. Ik voel echter dat mijn werkelijke passie en voldoening juist bij al die mensen ligt en juist in de wereld. Ik hoop dingen te blijven delen door middel van alles wat ik schrijf, maar ik hoop ook op meer direct contact met alle mooie mensen die deze wereld rijk is.

13. Als je nog een roman zou schrijven, waar zou die over gaan?

Er ligt op dit moment nog een manuscript dat de basis van een (muziek)theaterstuk gaat vormen. Het verhaal gaat over een jonge vrouw, die op zoek gaat naar haar wortels en op die manier naar zichzelf. Ze groeit op bij haar oom en tante in Spanje, omdat haar moeder stierf toen zij heel jong was, en ze reist naar haar geboorteland Marokko om het land (en daarmee ook haar moeder) te leren kennen. Echter vindt ze daar meer antwoorden dan ze hoopte te vinden, die haar leven zoals het tot dan toe is compleet veranderen.

14. Welk ander Lemmens-boek zou je willen lezen, of heb je gelezen?

Alweer een tijd geleden heb ik ‘Isa’ van Ewoud Butter gelezen, omdat ik daar heel benieuwd naar was. ‘De engel in het gekkenhuis’ van Bjorn Cocquyt wil ik nog heel graag lezen, omdat ik nieuwsgierig ben naar Bjorn zelf en naar de inhoud van het boek. O, en ik wil eigenlijk nog een boek heel graag lezen: ‘In de schaduw van de Boeddha’, van Benti Banach.

Favorieten-lijstje...

Wat is je favoriete…

15. boek?

‘De kunst van het geluk’, Howard Cutler & de Dalai Lama.

Ik wilde eigenlijk ‘Brida’ (van Paulo Coelho) of ‘De profeet’ (van Khalil Gibran) noemen, maar ik kwam toch op ‘De kunst van het geluk’ uit. Ik ben heel erg van het loslaten, weggeven of weggooien, ook als het aankomt op boeken, maar dit boek heb ik al vele jaren. Ik heb het al ontelbare keren gelezen en soms sla ik het simpelweg even open en dan doet het z’n werk. Ik vind het waanzinnig, helder, amusant, positief en vol van wijsheid. Een paar dagen terug realiseerde ik me wel dat het tijd is om ook afscheid te nemen van dit boek (dat ik ongeveer kan dromen). Dus, als er liefhebbers zijn...?

16. auteur?

Paulo Coelho

Bijna alle boeken van paulo Coelho heb ik zo ongeveer verslonden. Ik houd van zijn schrijfstijl, de onderwerpen waarover hij schrijft en zijn personages. Ik waan me in zijn verhalen en heb tegelijkertijd het gevoel dat ik er iets van opsteek. Zijn verhalen ervaar ik als boeiend, meeslepend, spiritueel en (subtiel) doordrenkt van wijsheid.

17. film?

‘Instinct’

Een film met Anthony Hopkins en Cuba Gooding jr. Deze film vind ik indrukwekkend en bevat, los van een goed verhaal en geweldige acteurs, in mijn ogen veel wijsheid en waarheid. Het gaat over controle, hoe we elkaar (subtiel en soms minder subtiel) onderdrukken en altijd meer willen, beter willen. Het draait om overheersen, vrijheid, gevangenschap en de controle loslaten.

18. (vakantie)land?

Tibet

Als ik me met een land verbonden voel, dan is het Tibet. Waarom? Ik weet het (nog) niet precies. Ik heb veel respect en bewondering voor de Dalai Lama, de Tibetanen en wat zij doorstaan – maar vooral ook hoe ze omgaan met wat ze doorstaan. Ik ben nog nooit in Tibet geweest, maar als je mij vraagt wat mijn ‘favoriete land’ is dan kan ik niet anders dan Tibet noemen. Ik hoop er eens naartoe te gaan, zoals ik tevens ook heel graag nog eens naar Dharamsala (India) en Nepal wil.

19. plekje in Nederland?

Waar het groen is

Als er bos is, ben ik blij. Tevreden. Gelukkig. Mezelf, of juist niemand en daarmee ‘mezelf’. Ik hou van wandelen en de geur van natte herfstbladeren. Ik hou van het gevoel niemand te hoeven zijn en op te kunnen gaan in... wat dan ook, in alles.

20. schrijfplekje?

Thuis, achter de computer

In gedachten schrijf ik graag in een bos, want dat vind ik wel een gaaf idee, maar ik gebruik (voor het grote werk) toch graag gewoon mijn computer. Iets lekkers te eten en drinken is bovendien ook altijd zeer welkom en daarom is mijn favoriete schrijfplekje gewoon thuis, achter mijn computer.

21. dier?

Olifant

Tja, ik heb altijd iets met olifanten gehad. Ik associeer olifanten met kracht, wijsheid, doorzetting en verbondenheid.

22. kleur?

Paars

En zwart. Maar ik ben wel heel gek op paars, om één of andere reden. In mijn huis komt de kleur veel terug en in mijn kleding ook regelmatig.

23. website?

Geen

 

Door: Mirthe Smeets

(Deniece, hartelijk bedankt voor al je antwoorden. En… wat betreft die website... Lemmensonline.nl al eens bezocht? Wink Lezer, als je interesse hebt in Denieces ‘De kunst van het geluk’ - stuur dan een mailtje naar m.smeets@lemmensonline.nl)

 

Bezoek ook eens de website van Deniece!

Er zijn nog geen reacties Bij “23 vragen aan... Deniece Wildschut.” »

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?