De sport waar ik het meest van hou

« Terug
In schoon Vlaams beschrijft Sandrine Lambert haar observaties tijdens het 'op café' gaan. Wij zien haar daar al zitten, in de bruine kroeg: schrijfblok in de aanslag, drankje erbij, even kleurig gekleed als de kleurpotloden op haar tafeltje, turend naar de tekenvelletjes die gevuld moeten worden. Want elk verhaal van Sandrines hand krijgt een bijbehorende illustratie... 

Omdat ik in de buurt van het Leuvense station woon heb ik maar zelden last van een writer’s block. Dat klinkt wat vreemd, dus specificeer ik: rond het Leuvense station zijn heel wat cafés, en op café vloeien zinnen vlotter dan elders. Zo is dat. Niet dat ik pinten moet pakken om te kunnen schrijven, want pinten heb ik thuis ook. Het gaat eerder om de bedrijvigheid die voelbaar is op een plek waar mensen in- en uitlopen, elkaar ontmoeten of alleen zitten. Het opent een hersenklep waar woorden achter zitten. Na de eerste woorden “één koffie alstublieft” kunnen de volgende woorden hun plek vinden op papier.

Op café lijken mensen meer gelijk voor de wet. Ze worden op hun woord geloofd. Wie zegt dat hij kan koorddansen, gespecialiseerd is in het uitvoeren van hersenoperaties of tien keer na elkaar in de achtbaan durft, hoeft dat niet te bewijzen. De beweringen worden hooguit met woorden weerlegt.

Op café staat of valt alles met woorden of van een barkruk. Bovendien zijn de dagelijkse beslommeringen van de gezichten afleesbaar, je hebt maar over te schrijven. De verhalen worden heen en weer gesmeten, in gezichten of op de grond met een stevige fluim. Het is topsport om ze achterna te rennen, maar toch is het de sport waar ik het meest van hou.

 

 

Er zijn nog geen reacties Bij “De sport waar ik het meest van hou” »

Reageer op dit bericht

tweets

poll

Bjorn Cocquyt geeft in zijn column 'Ik heb nog nooit een dode tiener begraven' aan dat de ik-persoon in 'De engel in het gekkenhuis' niet één-op-één te vereenzelvigen is met hemzelf. Wat is wél typisch voor Bjorn zelve?