7 vragen aan... Benti Banach. 'Als je goed om je heen kijkt, dan merk je dat het leven op zich al avontuurlijk genoeg is.'
In 2008 verscheen bij Uitgeverij Lemmens 'In de schaduw van de Boeddha' door Benti Banach, (1964), journalist-reisbegeleider. Zijn boek over de Spiti Vallei in het noorden van India blijft geliefd bij lezers die van (fysieke én mentale) reizen houden. Drie jaar na de release interviewen wij de auteur, die zeker niet stil heeft gezeten. Hoe kijkt hij terug op de periode waarin hij aan het boek werkte, welke reacties kreeg hij op het boek, en wat verwacht hij van de toekomst?

Foto: Shigatse, Tibet. © Marijke Schumacher.
1. Benti, je bent journalist en reisbegeleider. Wat zeggen deze beroepen over jou?
Ik ben begonnen als regioverslaggever voor het Limburgs Dagblad/Dagblad de Limburger en keer af en toe terug bij die krant als freelancer of met een tijdelijk contract. Sinds 2005 begeleid ik reizen naar Azië, hoofdzakelijk de Himalaya, Tibet, Nepal, Bhutan, maar ook India, China en inmiddels ook Ethiopië. Die twee ambachten oefen ik naast elkaar uit en als het enigszins kan, probeer ik ze te combineren. De grote overeenkomst tussen de journalist en reisbegeleider is dat beiden informeren. De eerste doet dat via zijn medium - in mijn geval het geschreven woord -, de tweede vertelt mondeling iets over de plaats, het gebied, het land in kwestie. Nu is de taak van een reisbegeleider veel breder dan dat, maar dit vind ik wel een van de interessantste aspecten van het werk. Ik vind dat mensen goed geïnformeerd moeten zijn over een land, opdat ze hun ervaringen in een context kunnen plaatsen en eventuele vooroordelen kunnen laten verdampen.
Ik ga niet bewust op zoek naar het avontuur. Dat komt vanzelf wel op mijn pad. Als je goed om je heen kijkt, dan merk je dat het leven op zich al avontuurlijk genoeg is.
2. Wanneer schreef je 'In de schaduw van de Boeddha'?
In 2003 ging ik voor het eerst naar Spiti om er les te geven en om even fors afstand te nemen van de journalistiek. Ik hoorde en zag echter zo veel interessants waar over te schrijven viel, dat ik het volgend jaar, toen ik terugkwam in Spiti, meteen aan de slag ben gegaan met wat ik het jaar ervoor had laten liggen. Daarnaast gaf ik vrijwillig les op een school en dat was de belangrijkste reden van mijn aanwezigheid daar. Ik kreeg al snel in de gaten dat er nog maar heel weinig over Spiti gepubliceerd was. Wat er bestond, vond ik oninteressant en vaak erg schraal opgeschreven. Het boek dat ontbrak over Spiti, zou ik zelf gaan schrijven, nam ik mij voor.
3. Hoe ging je te werk bij dit boek?
Ik werkte en woonde op een school. Een school is feitelijk het centrum van de maatschappij. Alle verhalen in een maatschappij komen daar samen, omdat het de ouders zijn die die verhalen meemaken. Via de kinderen, via collega-docenten kwamen die verhalen bij mij terecht. Ik hoorde en zag zo veel boeiends, dat ik besloot alles op te schrijven met de school als centrale achtergrond. Op de geijkte journalistieke manier, dus met pen en papier, ben ik vervolgens circa veertig mensen gaan interviewen, veelal ouders van de leerlingen, die een interessante verhaal hadden vanwege hun positie, hun beroep, hun levenswandel. Die heb ik verweven met de nodige achtergrondinformatie en mijn eigen ervaringen op school, die soms onthutsend, soms hilarisch waren. Dat alles tezamen geeft een goed beeld van de Spitivallei en de opmerkelijke gemeenschap die deze afgelegen bocht in de Himalaya bevolkt.
Omdat ik zowat ieder jaar terugkwam, kreeg ik iedere keer nieuwe stof voor mijn boek aangereikt. Dat gaf me de mogelijkheid mijn boek te actualiseren en tegelijkertijd te herschrijven, ook na de nodige opmerkingen van vrienden, die een proefversie hadden gelezen. Ik had daar mijn eigen laptop bij me en als de stroomtoevoer het toeliet, heb ik daarop zo snel mogelijk mijn aantekeningen uitgewerkt. Ik heb uiteindelijk de helft in Spiti geschreven, in de rust en stilte van mijn kamer. De andere helft thuis.
4. Wat is de mooiste reactie die je kreeg op je boek?
Ik wacht nog steeds op een serieuze en representatieve reactie uit Spiti zelf. Hoe die ook zal uitpakken, dat zal de mooiste reactie zijn.
Ik wacht nog steeds op een serieuze en representatieve reactie uit Spiti zelf. Hoe die ook zal uitpakken, dat zal de mooiste reactie zijn.
5. Ben je zelf boeddhist? Wanneer en waardoor raakte je geboeid door het boeddhisme?
Ik word al een jaar of 25 aangetrokken tot het boeddhisme. Maar de langste tijd heb ik, de kern telkens vermijdend, slechts omtrekkende bewegingen rond het boeddhisme gemaakt. Ik bezocht kloosters en ceremonies, ging met monniken op de foto, mediteerde af en toe, maar een echt commitment bleef uit. Ik bleef comfortabel aan de oppervlakte zweven. Tien jaar geleden heb ik ontslag genomen en ben ik een jaar op reis geweest door Azië. Ik ben dat avontuur begonnen met het voornemen 'als ik terugkom, moet mijn leven anders zijn'. Ik wilde niet een jaar ertussenuit knijpen en na terugkomst de draad weer oppakken. Terwijl ik onderweg allerlei bizarre en inspirerende figuren tegenkwam die volledig onthecht waren en dingen hadden meegemaakt waar ik jaloers op was, gebeurde er met mij helemaal niets. Ik bleef maar aan thuis denken, kon maar geen afstand nemen van mijn oude leven. Er veranderde niets in mijn leven. Iets stond me in de weg, waarschijnlijk was ik het gewoon zelf. Totdat ik er na een halfjaar achter mijn schouder kijkend achterkwam, dat er zich een fluwelen revolutie in mij had voltrokken.
Ik had de zware en louterende pelgrimstocht rond de heilige berg Kailash in Tibet drie keer achtereen gemaakt. Mogelijk is daarmee het zaadje van de omwenteling geplant. Daarna ontmoette ik in Lhasa mijn huidige vriendin. Vervolgens reisde ik naar Kathmandu, waar ik met talrijke boeddhisten in contact kwam, die iets uitstraalden wat ik niet had. Terwijl zij bescheidenheid, compassie en liefdevolle vriendelijkheid tentoonspreidden, zag ik in de spiegel die zij me onbewust voorhielden slechts trots, arrogantie en angst voor deuken in mijn ego.
Nadat ik me serieus ben gaan bezighouden met het boeddhisme, ben ik tot de ontdekking gekomen dat onze geest het belangrijkste is dat we hebben. Wat we op ons pad tegenkomen, kunnen we meestal niet beïnvloeden. Wel hoe we daarmee omgaan. Door onze geest te trainen in opmerkzaamheid en compassie en door het inzicht te verwerven dat we met alles en iedereen verbonden zijn en zelfs onze eigen existentie aan anderen te danken hebben, krimpt ons ego langzaam, dat stemmetje in ons dat zegt dat het hele universum om ons draait. Juist dat stemmetje maakt dat we ontevreden, ongelukkig zijn, altijd meer willen, aardig gevonden willen worden, rotopmerkingen naar anderen maken enzovoorts.
Nadat ik me serieus ben gaan bezighouden met het boeddhisme, ben ik tot de ontdekking gekomen dat onze geest het belangrijkste is dat we hebben. Wat we op ons pad tegenkomen, kunnen we meestal niet beïnvloeden. Wel hoe we daarmee omgaan. Door onze geest te trainen in opmerkzaamheid en compassie en door het inzicht te verwerven dat we met alles en iedereen verbonden zijn en zelfs onze eigen existentie aan anderen te danken hebben, krimpt ons ego langzaam, dat stemmetje in ons dat zegt dat het hele universum om ons draait. Juist dat stemmetje maakt dat we ontevreden, ongelukkig zijn, altijd meer willen, aardig gevonden willen worden, rotopmerkingen naar anderen maken enzovoorts.
6. Lees je veel boeddhistische literatuur of juist niet? Wie is jouw voorbeeld als auteur?
Ik lees veel Indiase literatuur, ik heb lang aan Rushdie's lippen gehangen, maar ben enigszins verzadigd geraakt door zijn stijl.
Ik heb veel boeddhistische literatuur gelezen, en met name de Tibetaanse meesters die zich goed in de westerse geest kunnen verplaatsen en het Tibetaans boeddhisme toegankelijker maken, zijn grote voorbeelden (voorbeelden Trungpa Rinpoche, Sogyal Rinpoche, Mingyur Rinpoche, Tsokynyi Rinpoche, Ringu Tulku Rinpoche). Inmiddels zijn er ook diverse westerse boeddhisten, die de boodschap zo mogelijk nog treffender verwoorden, zoals de Engelse non Tenzin Palmo, Mathieu Ricard of Stephen Batchelor. Een ander favoriet genre is boeddhistische reisliteratuur en toegankelijk geschreven non-fictie op het snijvlak van cultuur, spiritualiteit en politiek, en dan is het onderwerp bijna automatisch Azië.
7. Hoe zie jij de toekomst voor je? Komt er een tweede boek?
De toekomst is voor mij een groot gat, dat geregeld van kleur, omvang en helderheid verschiet, al naar gelang mijn stemming. Ik plan niet vooruit, ik weet niet wat volgend jaar gaat brengen. Alles is open. Dat geeft rust en een boel onrust tegelijk. Maar vanuit dat spanningsveld haal ik vaak ook inspiratie en kracht om verder te gaan, in welke richting dan ook.
Ben inmiddels begonnen met een roman, waarvan het belangrijkste deel zich in de Himalaya afspeelt. Het moet een mix worden van spanning, drama, spiritualiteit tegen de achtergrond van een politieke omwenteling. Meer valt daar nu nog niet over te zeggen.

Foto: Afar-gebied, Ethiopië.
